OUDE TUNNELS en TRACÉS
|
Tunnels et tracés abandonnés
|
|
Het Groothertogdom Luxemburg, niet veel groter dan een Belgische provincie, herbergt heel wat spoorwegtunnels. Daarvan zijn negen (zowat de helft) niet meer in gebruik, waarvan drie voor meterspoor. De talrijke tunnels en tunneltjes van de voormalige ijzerertsontginningen in het zuiden komen hier evenwel niet aan bod.
Ook oude spoorwegtracés vind je er wel, de meeste grotendeels geasfalteerd zoals in de vallei van de Wiltz (hierna), met het spectaculaire keertracé vanuit Grundhof, op de flank van de vallei van de Sûre, als eenzame uitzondering. |
Le Grand-Duché de Luxembourg compte un bon nombre de tunnels ferroviaires, dont neuf ouvrages (près de la moitié) sont aujourd'hui abandonnés - les nombreux tunnels à gabarit réduit des anciennes mines de fer du sud du pays ne sont pas repris ici. N'oublions pas non plus les tracés abandonnés, la plupart toutefois goudronnés, comme dans la vallée de la Wiltz, avec le spectaculaire tracé à rebroussements depuis Grundhof comme unique exception.
|
Hierna/ci-après: de WILTZVALLEI - FOUHREN - VAN GRUNDHOF NAAR BEAUFORT
- CHARLY'S TUNNELS - HOBSCHEID - HULDANGE
- CHARLY'S TUNNELS - HOBSCHEID - HULDANGE
TUNNELS in de vallei van de WILTZ |
Les tunnels de la la Wiltz |
Allicht de mooiste zijlijn van het bescheiden Luxemburgse spoorwegnet, van Kautenbach naar Benonchamps en Bastogne (B), doorheen de vallei van de rivier de Wiltz. Van het gelijknamige stadje naar het grensstation Schimpach-Wampach tellen we niet minder dan vijf tunnels, waarvan deze van Wiltz vandaag nog in gebruik is, en zelfs geëlektrificeerd. De vier andere werden in 1967 buiten dienst gesteld, en in 1972 of 73 werd de spoorinfrastructuur opgebroken.
Liever dan dit waardevol patrimonium te laten verloederen heeft men niet lang daarna de verlaten spoorbedding heringericht als fietspad, met permanente verlichting in de tunnels. Meteen een van de eerste in zijn soort, althans in dit deel van Europa. Alleen jammer van het asfalt... Best leuk om te fietsen, daar niet van. Maar minder geschikt voor langere (natuur)wandelingen.
Alhoewel, hoe kun je de ontluikende herfst beter beleven dan met een droomtrip doorheen dit betoverende decor?
Liever dan dit waardevol patrimonium te laten verloederen heeft men niet lang daarna de verlaten spoorbedding heringericht als fietspad, met permanente verlichting in de tunnels. Meteen een van de eerste in zijn soort, althans in dit deel van Europa. Alleen jammer van het asfalt... Best leuk om te fietsen, daar niet van. Maar minder geschikt voor langere (natuur)wandelingen.
Alhoewel, hoe kun je de ontluikende herfst beter beleven dan met een droomtrip doorheen dit betoverende decor?
|
Assurément la plus belle ligne du modeste réseau luxembourgeois, celle de la vallée de la Wiltz, de Kautenbach à Benonchamps et Bastogne (B). Sur cette ligne, on dénombre pas moins de 5 tunnels, dont celui sous la ville de Wiltz, toujours en service à ce jour. Les 4 autres firent les frais de la fermeture au-delà de Wiltz, en 1967, avant d'être déferrés en 1972-73. Heureusement, ce merveilleux tracé fut un des premiers à être rendu accessible aux randonneurs et aux deux-roues, permettant de jouir pleinement de ce décor automnal enchanteur. |
DE TUNNEL BIJ WINSELER (HÄLZCHEN*)
|
Op 22 augustus 1971 lag het spoor er al vier jaar ongebruikt bij, al bleef de begroeiing nog binnen de perken, zoals hier, vlak voor de ca. 110 m lange tunnel van Hälzchen bij Winseler, even voorbij Wiltz. Mogelijk werd de spoorlijn aanvankelijk nog behouden (en summier onderhouden?) als strategische verbinding. Maar twee jaar later mocht men welke droom dan ook definitief opbergen bij het zicht van de keienballast waarop rails en dwarsliggers kort voordien werden uitgebroken.
|
Op 24 oktober 2013 zijn de rails al ruim 40 jaar verdwenen. De smalle spoorwegbrug over de Wiltz (kant Kautenbach) heeft plaats geruimd voor een beter toegankelijke houten brugdek.
Hieronder de tunnel van Hälzchen (bij Winseler) kant Benonchamps. |
|
Aujourd'hui, près de 45 ans après le démantèlement de la voie, l'ancien tracé ferroviaire permet de flâner le long de la vallée de la Wiltz, avec laquelle il joue à saut-de-mouton moyennant quelques ponts en bois qui ont pris la place des tabliers ferroviaires un peu trop étroits. Ci-devant, le tunnel côté Kautenbach, resp. le 22 août 1971 et le 24 octobre 2013, ci-après côté Benonchamps.
|
|
STATION SCHLEIF
Hierboven het verlaten stationnetje 'Schleif' op 22 augustus 1971. Alles staat er nog, maar twee jaar later zal het spoor worden opgebroken. Vandaag blijft alleen het stationsgebouw over (foto hiernaast), maar ook het huis van de bareelwachter, uiterst links op de foto hierboven.
|
Bijna drie kilometer verder kom je aan het piepkleine gehucht Schleif, weinig meer dan een handvol afgelegen gebouwen. Van de voormalige halte blijft vandaag alleen het stationsgebouw over, zij het mooi gerestaureerd. Op de plaats van de dienstgebouwen daar rondom kwam later een camping, maar deze werd enkele jaren geleden opgeruimd. Op de plek van de goederenloods staat nu een soort loods, tot op de spoorwegbedding zelf, waardoor de asfaltpiste nu noodgedwongen aan de andere kant van het stationsgebouw loopt (foto hieronder). Aan de vroegere overweg staat het huis van de bareelwachter er echter nog, met daar rechtover een restaurant - wellicht het voormalige stationscafé.
|
|
DE TUNNEL BIJ 'DEIDSCHLEEDCHEN'
Voorbij de voormalige overweg van Schleif werd de hoge berm van de spoorlijn bijna volledig weggegraven om de baan beter te kunnen 'profileren', zeg maar om de rechte hoek achter de overweg gewoon af te snijden.
Aan de overkant vind je het geasfalteerde spoorwegtracé echter gemakkelijk terug. Nog zo'n 600 meter en je komt aan de 120 meter lange tunnel bij de 'Deidschleedchen' (*), een steile en dicht beboste valleiflank.
|
|
DE TUNNEL BIJ 'RENGELSBUREN'
|
De tunnel bij Rengelsburen, hierboven kant Benonchamps,
resp op 27 juli 1973 en 24 oktober 2013. |
In 1973 doods en verlaten, vandaag goed verlicht en ruim toegankelijk - kaarsrecht en ruim 200 meter lang, de langste van de reeks: de volgende tunnel brengt ons naar de Rengelsburen (*), een minder steile en ook minder beboste valleiflank op weg naar Schimpach-Wampach.
Tristement abandonné en 1973, le tunnel de 200 m menant en droite ligne au Rengelsburen (*) est aujourd'hui bien éclairé et accessible à tous. |
|
DE SCHASSTUNNEL
Veel meer dan een korte onderbreking in het ruwe terrein kan het halfopen weiland op de flank van de Rengelsburen ons niet bieden (foto hiernaast), tenzij dan een voormalig spoorweghuisje, duidelijk ingericht als vakantiewoning. Vlak daarachter doemt de Schass op (*), een steile rotsachtige wig, dwars op het spoorwegtracé dat zich met een bijna 200 meter lange tunnel en in een wijde boog moeiteloos een doorgang boort doorheen de harde rots. Waarna we geleidelijk in het zicht komen van het voormalige grensstation Schimpach-Wampach.
Schasstunnel - kant Benonchamps
(*) LET OP - attention
daar we nergens eenduidige benamingen vonden voor de drie opeenvolgende tunnels tussen Schleif en Schimpach-Wampach, gebruiken we de lokale Letzeburgse benamingen van de regionale kaart R2 van het Groothertogdom - ne trouvant aucune dénomination spécifique pour les tunnels au-delà de Schleif, nous reprenons les noms locaux sur la carte R2 du Grand-Duché |
Ci-devant, au-delà de cette maisonnette ex-ferroviaire au pied du Rengelsburen, l'éperon rocheux de Schass (*), que traverse l'ancienne ligne par un tunnel en courbe de près de 200 m avant d'atteindre ce qui fut en son temps la gare frontière de Schimpach-Wampach. |
GRENSSTATION SCHIMPACH-WAMPACH
Een behoorlijk groot stationsgebouw, met de klinkende naam 'Schimpach-Wampach', naar drie kleine dorpen daar in de buurt. Op een paar rijwoningen na, rechtover het station, is in de hele omgeving geen teken van leven te bespeuren. Het eerste dorp, Niederwampach, ligt anderhalve kilometer daarvandaan, mooi verscholen achter een bocht in de weg. Nog wat verder liggen Oberwampach en Schimpach. Na de opheffing van de reizigersdienst in 1967 lag het stationsgebouw gewoon te verkommeren, maar werd pas na de opbraak van het spoor in 1973 grondig gerestaureerd tot vakantiecentrum voor sociale organisaties.
|
La gare frontière de Schimpach-Wampach porte en fait le nom de trois villages voisins. A quelques habitations près, en face de la gare, rien ne laisse supposer une présence humaine tout autour. Ce n'est que 1500 mètres plus loin que l'on atteint les premières habitations du village le plus proche, Niederwampach - les deux autres, Schimpach et Oberwampach, se trouvant encore bien plus loin. Laissée à l'abandon pendant plus de 6 années après la fermeture de la ligne (en 1967), la gare accueillit finalement un centre de vacances pour organisations sociales, après restauration complète du bâtiment et de ses annexes. |
|
De grens over naar BENONCHAMPS
De Belgische grens ligt amper 600 meter voorbij het station Schimpach-Wampach. Nog eens zoveel, en daar volgt al het volgende station, of toch het verlaten emplacement ervan. Daar lag destijds het gebouwencomplex van Benonchamps, nog groter dan dat van zijn Luxemburgse evenknie, zijn grensfunctie waardig.
Twee grote grensstations op iets meer dan één kilometer van elkaar, in een dunbevolkte streek, op zekere afstand van hun respectievelijk dorp, elk met hooguit een paar woningen op het aanpalende stationsplein. |
|
La frontière Belge se trouve à mi-chemin de la gare suivante, Benonchamps, ou du moins son emplacement, à peine 1300 mètres plus loin. Bien plus que sa consoeur Luxembourgeoise elle avait belle allure, avec ses deux corps de logis entourant le bâtiment des recettes, offrant un ensemble hors mesure pour un si petit village! Deux grandes gares à un jet de pierre l'une de l'autre, dans une région peu peuplée, toutes deux situées en rase campagne, loin des villages, et flanquées de tout au plus quelques habitations!
|
|
Zoals op de meeste kleine grenslijnen moesten de reizigers uit Wiltz hier op een Belgische trein overstappen richting Bastogne, en vice-versa. De douaneformaliteiten gebeurden telkens in het eerste station over de grens, dus hier in Benonchamps (en in Schimpach-Wampach richting Wiltz). Na WO ll werd de dienst echter volledig verzekerd door de Luxemburgse spoorwegen (CFL), met voldoende wachttijd in de dienstregeling.
In 1950 verving de NMBS de reizigersdienst aan Belgische kant door bussen. In 1953 werd het stationsgebouw afgebroken en vervangen door een betonnen wachthuisje. Dat verdween op zijn beurt in de loop van de jaren 70. Wel bleef de lokale goederentrein nog verder rijden, tot ca. 1964. Van haar kant zette de CFL de reizigersdienst gewoon verder, met zes dagelijkse heen- en terugritten tot Schimpach-Wampach, waarvan vier doorreden tot Benonchamps. Daar moesten de reizigers dan maar verder met de bus tot Bastogne. Pas in september 1967 ging het CFL-lijntje dicht tussen Wiltz (dat nog steeds bediend wordt) en Benonchamps. |
In 1972-73 werd het CFL-spoor uitgebroken. De NMBS liet de Belgische rails nog twee jaar langer liggen. Nadien werd de bedding van lijn 164 geasfalteerd tot de hierboven beschreven piste, een van de eerste in haar soort.
|
Au début, les voyageurs devaient changer de train à Benonchamps. Après la guerre les CFL assurèrent l'intégralité du parcours, jusqu'en 1950, lorsque la SNCB décida de remplacer les trains par des bus sur le parcours belge, réinstaurant ainsi le transbordement à Benonchamps! Trois ans plus tard, la gare fut démolie et remplacée par un simple abri pour la clientèle transfrontalière. Le trafic marchandises cessa vers 1964. Ce n'est qu'en 1967 que les CFL abandonnèrent à leur tour la desserte ferroviaire depuis Wiltz (actuellement toujours desservie depuis Kautenbach).
La voie CFL, inutilisée, fut démontée en 1972-73. Côté belge, la même opération eut lieu deux ans plus tard. Par après, la plate-forme fut asphaltée afin de créer la piste touristique décrite plus haut, une des toutes premières du genre. |
De tunnel van FOUHREN |
texte français
au bas de cet article |
De tunnel van Fouhren is de enige op het tracé van de 14 km lange schilderachtige meterspoorlijn van Diekirch naar Vianden, gesloten in 1948. Hij is ca.125 m lang en loopt dwars door een hoge en steile heuvelkam aan de ingang van het dorp, voorafgegaan door een dubbele keerlus op een behoorlijk steil tracé. Deze zijn bebost en mooi zichtbaar op luchtfoto’s, gevolgd door een ondiepe uitgraving die thans opgevuld is en ingenomen door weiland, tot vlak voor de tunnel (hierboven links). Daarachter is de oude bedding door de chaotische ophoping van vegetatie- en landbouwresten zo goed als ontoegankelijk. Het tunnelportaal zelf is grotendeels afgebrokkeld, en de tunnelopening bijna volledig volgestopt met plantaardig en agrarisch afval.
|
Aan de andere kant van de heuvel is het nog erger. Door de ophoping van heel disparate afval is de sleuf zelf evenmin toegankelijk, en ligt het bijna volledig afgebrokkelde tunnelportaal als het ware in een 15 m diepe krater met steil oplopende wanden. De tunnelboog is echter intact maar de opening dichtgemetseld, zij het met een ijzeren toegangsdeur die al jaren open staat, heel uitnodigend voor waaghalzen die voor geen kleintje vervaard zijn. De tunnel ligt op een top en ziet er vanbinnen redelijk droog uit – heel anders dan de verzopen tunnel van Junglinster (zie verder).
|
Voorbij de tunnel heeft een agrarisch bedrijf zich in de sleuf genesteld, met alles erop en eraan. Een eind verder, vanaf het stationsemplacement van Fouhren, is de oude spoorwegbedding volledig geasfalteerd tot in Vianden, met inbegrip van het mooie balkontracé langs de Our, even voorbij Bettel.
Plannen om dit asfalt zuidwaarts door te trekken, doorheen de tunnel – jawel! – bleven tot vandaag zonder gevolg.
Plannen om dit asfalt zuidwaarts door te trekken, doorheen de tunnel – jawel! – bleven tot vandaag zonder gevolg.
|
Situé sur l’ancienne voie métrique de Dierkirch à Vianden, le tunnel de Fouhren permettait à la ligne cantonale de franchir une crête fort escarpée précédant la descente vers la vallée de l’Our. Abandonnés depuis 1948, ses portails tombent en ruine, laissant toutefois les deux bouches intactes mais quasiment inaccessibles, vu que les tranchées d’approche sont entravées par un amoncellement de branchages et de détritus divers, agricoles et autres. Le portail côté village, tout au fond d’un véritable cratère d’une quinzaine de mètres de profondeur, a jadis été muré mais pourvu d’une porte métallique, largement ouverte depuis de longues années déjà, et défiant ainsi l’un ou l’autre casse-cou. Au-delà, l’ancien tracé est asphalté jusque Vianden, y compris le balcon ferroviaire surplombant l’Our. L’intention de pousser cet asphaltage vers le sud, et donc à travers le tunnel, est restée lettre morte jusqu’à ce jour, et pour cause. |
het drievoudige keertracé van GRUNDHOF naar BEAUFORT |
texte français
au bas de cet article |
Begin de 20e eeuw waren Beaufort (370 meter), een tamelijk groot dorp helemaal boven op het plateau, en de steengroeve bij Dillingen daar vlakbij blijkbaar belangrijk genoeg voor de aanleg van een spoorverbinding vanuit de vallei. Mede door het lokale karakter ervan en door het steile reliëf koos men hier voor meterspoor, en dit vanuit het 200 m lager gelegen station Grundhof (170 meter) in de vallei v an de Sûre, weinig meer dan een gehucht van Beaufort, op de grens met buurgemeente Berdorf, zij het aan de monding van de eveneens diep ingesneden Ernzrivier.
Vandaag loopt daar de N.10, de hoofdweg van Diekirch naar Echternach, met destijds ook de spoorlijn Ettelbrück-Grevenmacher waarvan het baanvak Diekirch-Grundhof-Echternach in 1964 werd opgedoekt en kort daarna uitgebroken.
|
Door de wel heel steile valleiflanken had men voor een lussentracé allicht verschillende kunstwerken moeten bouwen. En dus werd gekozen voor een louter flanktracé, zij het met verschillende keerpunten. Hierdoor moesten de treintjes driemaal kopmaken, zodat voor het ruim 7 km lange traject een half uur nodig was – in die tijd niet echt een probleem. Amper 40 jaar later, in 1948, ging deze lokaalspoorweg met het vrijwel unieke zigzagtracé weer dicht. En hoewel de rails niet lang daarna werden uitgebroken, is de spoorwegbedding over de hele lengte zo goed als intact, en opgenomen in het uitgebreide wandelnetwerk rond het Mullerthal. Een prachtig parcours met tal van vergezichten, althans in het laagseizoen. Oordeel zelf.
|
GRUNDHOF
Het spoorwegstation en het oude emplacement zul je vergeefs zoeken. Het gebouw zelf is al lang afgebroken en de hoofdweg verbreed. Of het toeristische asfaltpad er vlak naast pal op de oude spoorwegbedding ligt is dan ook weinig waarschijnlijk. Richting Dillingen en Diekirch slaan we na zo'n 600 meter linksaf ter hoogte van een alleenstaande hoeve. Een omtrekkende beweging (nog eens links) brengt ons op het spoorwegtracé naar Beaufort, waarvan we achter de hoeve al de steunmuur zagen.
Het spoorwegstation en het oude emplacement zul je vergeefs zoeken. Het gebouw zelf is al lang afgebroken en de hoofdweg verbreed. Of het toeristische asfaltpad er vlak naast pal op de oude spoorwegbedding ligt is dan ook weinig waarschijnlijk. Richting Dillingen en Diekirch slaan we na zo'n 600 meter linksaf ter hoogte van een alleenstaande hoeve. Een omtrekkende beweging (nog eens links) brengt ons op het spoorwegtracé naar Beaufort, waarvan we achter de hoeve al de steunmuur zagen.
|
HET ONDERSTE BAANVAK
Op de foto hieronder ontwaar je beneden de baan naar Diekirch en het aanliggende asfaltpad, allebei vlak naast de Sûre. Daarachter ligt Duitsland. Al gauw komen we terecht achter de hoeve van Schmëttewier. Deze ligt vlak naast de hoge steunmuur waarboven het oude tracé gestaag verder klimt langsheen de beboste valleiflank. |
|
HET EERSTE KEERPUNT
Op de foto links zie je in de verte het baanvak uit Grundhof, rechts dat naar het tweede keerpunt, richting Beaufort. Beide kwamen samen ter hoogte van de lage steunmuur. Daar voor de goederentreinen de stoomlok zich obligaat aan de andere kant moest opstellen liepen beide sporen nog een eindje verder - vandaag een mooie rechte dreef - waarna het eigenlijke kopspoor doodliep op een korte maar hoge berm, hoog boven de valleibodem en het gehucht Closbierg, zo'n 40-tal meter lager. |
|
HET MIDDELSTE BAANVAK
Tijdens de verdere klim ontwaar je doorheen de bomen nog even het tracé uit Grundhof (beneden rechts op de foto hiernaast). Verderop, aan een open stuk, genieten we even van het uitzicht op de vallei. Het muurtje rechts is het uiteinde van een lange steunmuur, vrijwel intact, met daarboven een bosweg die wat verder het oude spoorwegtracé zal kruisen. |
|
HET TWEEDE KEERPUNT Wat verder, voorbij de resten van een steunmuurtje langs het volgende baanvak, bereiken we het tweede keerpunt, waar de goederenlok alweer moest kopmaken, ditmaal in een intussen dichtgegroeide uitgraving in de dalflank. Van op het derde baanvak zien we beide baanvakken mooi samenkomen, met in de verte het tweede keerpunt, ruim 30 meter hoger dan het vorige en bijna pal boven de hoeve van Schmëttewier. |
HET BOVENSTE BAANVAK
|
Aan de voet van deze verticale zandsteenrotsen, een kleine 100 meter boven het vertrekpunt, is dit het mooiste deel van het hele parcours, met in het bladloze seizoen zo nu en dan een vergezicht richting vallei. Ruim 2 km verder (zie plan) is er evenwel nog een keerpunt, met een afslag naar de oude steengroeve bij Dillingen, en het baanvak naar Beaufort zelf, nog eens 2 km verder.
Het volledige traject heen en terug bedraagt ruim 14 km, al kun je dit via binnenpaden of andere wandelwegen enigszins inkorten (of met lijnbus 414 mee, terug naar Grundhof). Wegens een behoorlijk beladen programma hebben we hier evenwel rechtsomkeer gemaakt (3 maart 2017). De verdere klim (nog eens 100 meter), het derde keerpunt, de afslag naar de steengroeve en het eindtraject naar Beaufort komen mogelijk later aan bod.
|
|
Le gros village de Beaufort, près des ruines impressionnantes de son château-fort et situé sur le plateau, s’est toujours trouvé à l’écart des voies de communication traditionnelles: la vallée de la Sûre avec la grand-route N.10 de Diekirch à Echternach, et, jusqu’en 1964, la voie ferrée parallèle, en accotement sur de longues sections. Au début du 20e siècle, afin de désenclaver la localité, une ligne à voie métrique fut construite depuis la gare de Grundhof, modeste hameau à l’embouchure de l’Ernz Noire. Mais le dénivellé de 200 m et les parois raides de ces vallées encaissées nécessitant un tracé en lacets, ouvrages d’art inclus, on lui préféra une superposition de plusieurs sections à flanc de côteau, successivement accessibles par rebroussement à leurs extrémités, trois au total (voir plan), portant ainsi la durée du trajet de 7 km à une demie-heure. La ligne fut abandonnée en 1948, et la voie déposée peu après. Toutefois, la plate-forme ferroviaire est toujours restée intacte, tout au plus parcourue par quelque transport forestier. Aujourd’hui elle fait partie du réseau très dense de randonnées pédestres rayonnant autour du Mullerthal.
Les 5 séries de vues illustrent successivement la section basse, le premier rebroussement, la section médiane, le deuxième rebroussement et la section supérieure dominant la vallée de la Sûre (le troisième rebroussement et la section terminale vers Beaufort n'ont pas été explorés jusqu'à présent). |
CHARLY's TUNNELSCharly is de volkse bijnaam van het stoomtreintje op de voormalige meterspoorlijn tussen Echternach en Luxembourg – een verbinding waarop, wellicht omwille van het reliëf, geen van beide spoorwegmaatschappijen brood zag in een volwaardige hoofdlijn. Een prachtig tracé over berg en dal , met verschillende kunstwerken, waaronder twee van de drie secundaire spoorwegtunnels van het Groothertogdom – de industriesporen van de mijnontginningen in het zuiden weliswaar niet meegerekend. De tunnel, de brug en het stationnetje van BECH, zowat halfweg tussen Echternach en Junglinster, op het als fietspiste geasfalteerde deel van de oude spoorbedding (tussen Lauterborn en Beidweiler), zijn vandaag alle drie mooi gerestaureerd, en de ca. 205 meter lange tunnel in principe verlicht, maar niet op deze 25 oktober 2013.
|
Even voorbij Beidweiler, richting Junglinster, liep de spoorlijn onder de hoofdbaan Luxembourg-Echternach door, de N11, maar over de precieze aard van deze onderdoorgang hebben we niets concreets kunnen vinden. Door de verbreding van de hoofdbaan werd deze site bovendien volledig omgewoeld en is vandaag onherkenbaar.
|
De tunnel van JUNGLINSTER
Kort daarop loopt de oude spoorwegbedding door een zo goed als dichtgegroeide uitgraving, om zo’n 800 meter verder heel even plaats te ruimen voor een opgehoogde berm, met middenin een brug in metselwerk over een verharde landweg (foto hiernaast). Maar wanneer je wat verder de oude sleuf opnieuw wil opzoeken loopt het grondig mis. Want wat een gewone uitgegraven spoorbedding hoort te zijn, althans op luchtfoto, is hier over vrijwel de hele breedte een langgerekte vijver geworden, een soort kanaal zou je haast zeggen, met van die almaar hogere en steilere zijwanden.
|
|
JUNGLINSTER - spoorwegsleuf of kanaal?
(la tranchée d'accès au tunnel) Hoewel het water er niet al te diep uitziet is het tracé hier amper te volgen, zelfs met van die hoge laarzen, met daarbovenop het reële risico in de aangeslibde modder vast te raken. Dan maar verder bovenop de zijkanten, maar daar raak je al gauw vast in een wirwar van sleedoornstruiken met van die lange scherpe stekels… Wanneer je na nogal wat zoeken en hopelijk niet al te erg geschramd eindelijk het uiteinde van de sleuf bereikt hebt, ontwaar je in de diepte de contouren van een tunnel-portaal, badend in datzelfde ondefinieerbare water dat zowat de hele sleuf heeft ingepalmd. Een afdaling zit er niet in, al was het maar door de schaars begroeide, bijna verticale zijwanden, met slechts hier en daar een dunne stam als enig houvast voor een eventuele afdaling, en nog meer voor de terugweg. Enkel doenbaar met een voldoende lang klimtouw, en dan nog… Dan maar op zoek naar een geschikt uitzichtpunt. Maar door de jarenlange wildgroei en ondanks het winterseizoen blijkt het niet mogelijk het portaal in zijn geheel voor de lens te krijgen.
|
Tunnel JUNGLINSTER - het oostportaal (portail oriental) (14 maart 2014)
|
Achter de Route de Diekirch (nr.121), bovenop de heuvelkam, zien we de oude spoorwegsleuf terug, maar de tunneluitgang blijkt nergens te vinden. Niet verwonderlijk, want het uiteinde van die sleuf blijkt volledig dichtgegooid: ofwel was het portaal te bouwvallig, ofwel was de tunnel – naar verluidt al in slechte doen ten tijde van de spooruitbating – daar ingestort. Wat meteen de uiterst zompige toestand rond en in de tunnel zou verklaren. Op foto’s van begin deze eeuw (zie rail.lu), sommige blijkbaar gemaakt tijdens een periode van lange droogte, blijkt deze 172 meter lange tunnel inderdaad in behoorlijk slechte staat, te oordelen naar tal van afstortingen langs de zijwanden. Maar doorgaans ligt de chaotische tunnelbodem volledig onder water, en wie toch verder wil, met of zonder laarzen, op zoek naar de uitgang die er niet meer is, riskeert almaar dieper weg te zakken…
WAARSCHUWING - De (schaarse) commentaren over deze tunnel bestempelen de toestand aldaar als “extreem”. Zelf vonden we het risico te hoog om ons daarin te wagen. Hoe dan ook, na wat we daar zagen raden we eenieder ten stelligste af deze tunnel te willen betreden, laat staan verkennen. Wie het desondanks ‘toch maar’ wil proberen doet dat op eigen risico.
Railations verwerpt hierbij elke vorm van verantwoordelijkheid.
Railations verwerpt hierbij elke vorm van verantwoordelijkheid.
|
'Charly' est le surnom familier donné jadis au tortillard qui reliait Luxembourg et Echternach. Cette longue ligne à voie métrique comptait deux tunnels. Celui de Bech (205 m) a été magnifiquement restauré, tout comme la petite gare toute proche, tous deux situés sur la portion de l'ancien tracé actuellement goudronnée. Quel contraste avec le tunnel de Junglinster (172 m), pas loin de là, situé au fond d'une tranchée sinistre et inondée, rendant l'accès au tunnel bien aléatoire et des plus périlleux. De plus, comme son accès côté village a été bouché, il baigne lui aussi les pieds dans l'eau, celle-ci ne pouvant s'écouler de ce côté-là. Nous ne pouvons que déconseiller vivement toute tentative d'explorer ce bourbier et cette basse-fosse en cul-de-sac. Qui, malgré tout, veut s'y risquer le fait sous sa propre responsabilité. |
HOBSCHEID
|
De Attertlijn, van Ettelbruck naar Petange, ligt (lag) een stuk zuidelijker dan de Wiltzlijn (cfr. hierboven) en ging dicht in dezelfde periode, volgens de bron in 1967 of 1969. Het grootste deel ervan werd rond 1973 opgebroken, met op het tussenstuk van Bissen naar Steinfort de 680 meter lange tunnel bij Hobscheid, tussen de stations Hovelange en Eischen, de op een na langste verlaten tunnel van het Groothertogdom, na die van Huldange. Vandaag is dit deel van de spoorbedding gebetonneerd als fietspad, ook in deze lange tunnel die overigens permanent verlicht is (foto's op 14 maart 2014).
|
VAN LENGELER naar WILWERDANGE (door de tunnel van Huldange)
|
Spoorlijn 47 kennen we al als enkelsporige zijlijn van de Vennbahn, vanuit Lommersweiler naar Troisvierges. Ze kwam tot stand in 1889 in de uithoek van het toenmalige Duitsland (Pruisen) die we vandaag kennen als de Oostkantons. Vooral door de talrijke kunstwerken bleef ze ondanks het steile lijnprofiel en de zware kolentrafiek steeds enkelsporig. In 1919 werd de grensovergang van Lengeler naar het Luxemburgse Wilwerdange en Troisvierges ineens Belgisch. Sterker nog: vanaf 1945 was deze route wegens de vernielingen rond Lommersweiler nog de enige mogelijkheid om per spoor de stations van Reuland, Udler en Lengeler te bereiken. En dus moest de lokale goederentrein uit Gouvy (B) telkens tweemaal de Luxemburgse grens over om in elk van de drie de goederenkoer te kunnen bedienen, en daarna terug, driemaal per week, tot einde 1962. Van reizigerstreinen naar Reuland was er sinds de oorlog al geen sprake meer. Een wel heel bijzondere grensovergang dus, alweer.
In schril contrast met bv. het monumentale grensstation van Herbesthal (op de hoofdlijn Liège-Aachen) was er bitter weinig dat het stationnetje van Lengeler kon onderscheiden van andere stations op deze nevenlijn (zoals Reuland) of elders. Op één uitzondering na: het imposante Pruisische douanegebouw vlak bij de overweg, dat blijkbaar evengoed dienst deed voor het weg- als voor het spoorverkeer en vandaag als café “Lengeler Bahnhof” door het leven gaat. Maar vergis je niet: dit is NIET het oude station! Deze laatste had minder geluk. In 1973 stond het leeg en werd enkele jaren later afgebroken. Op een kale grasvlakte na zijn er eigenlijk geen concrete overblijfselen meer die aan het spoorverleden van Lengeler herinneren – tenzij de met asfalt overgoten bedding van lijn 47, zowel ervoor als voorbij de vroegere overweg.
|
Deze piste brengt ons voorbij een overbrugging bij het dorp, daarna door bos en weiland naar de Luxemburgse grens en verder, tot in de diepe en donkere sleuf die leidt naar het noordportaal van de tunnel van Huldange*, ca. 780 meter lang en ooit de langste op het Luxemburgse spoorwegnet. Maar ook de hoogste, vlak naast de ‘Buergplaz’, met 559 meter de op één na hoogste heuvel van het Groothertogdom - zij het op een steenworp van de 560 meter hoge topper, de ‘Kneiff’.
Terwijl de asfaltering aan weerskanten volop bezig was bleek de tunnelpijp 13 verschillende soorten vleermuizen te herbergen, meteen de reden waarom hij uiteindelijk gevrijwaard bleef, tot grote woede van vooral Belgische asfaltadepten. Met het oog op de winterslaap van die diertjes is van 1 september tot 1 mei de doorgang dan ook verboden en worden dranghekken geplaatst. Gelijk waarschuwt een paneel met het onvermijdelijke “betreden op eigen risico” impliciet voor de avontuurlijke en behoorlijk natte doortocht. Voor de tweewielers kwam er inmiddels een omleidingstraject over de heuvel.
|
Te voet kan je rechtstreeks bij de tunnel via een steil pad naast het zuidportaal. En het loont beslist de moeite. Alleen al de afdaling in de diepe sleuf is behoorlijk acrobatisch, zeker bij nat weer. Maar dan. Eens beneden sta je tussen twee indrukwekkende schuine steunmuren, elk opgebouwd uit meer dan 50 grote rondbogen. Decennia lang was dit geweldige bouwwerk zo goed als ondoordringbaar - behalve dan voor diehard avonturiers - wegens gedeeltelijk dichtgegroeid en uitermate zompig (hieronder).
|
|
Dit laatste hoeft niet eens te verwonderen, want naar Wilwerdange toe had men de hele spoorwegsleuf onder water laten lopen als viskwekerij. Pas vrij recent werd deze sleuf goeddeels ‘ontbost’ en drooggelegd voor de asfaltpiste, terwijl het resterende stuk van hooguit 200 meter, intussen al behoorlijk dichtgeslibd, tot vandaag plusminus onder water blijft.
|
Evenmin als in Lengeler heeft het sobere stationnetje van Wilwerdange de allure van een grensstation, een functie die toen allicht aan het verderop gelegen Troisvierges werd toegewezen, op de spoorlijn uit Gouvy. Het gebouw zelf is vandaag bewoond en mooi opgeknapt. Goederentreinen kwamen hier tot in 1978. Na opbraak van het spoor in 1983 werd het emplacement geleidelijk ingenomen door de aangelanden.
(*) De tunnel van Huldange vind je soms terug als ‘tunnel van Wilwerdange’, mogelijk zijn officiële benaming ten tijde van de CFL, omdat dit het dichtstbij gelegen station was, ruim 2 km verderop. Nochtans ligt de tunnel in feite op de buurgemeenten Huldange en Goedange, al zijn deze dorpen thans alle drie deelgemeenten van Troisvierges.
|
|
de LENGELER à TROISVIERGES
Curieuse histoire que celle de la ligne 47 Lommersweiler-Troisvierges. D'origine Allemande (1889), elle passa en territoire Belge dès 1919. Suite aux destructions de 1945 dans le secteur de Lommersweiler, seule la section au-delà de Reuland subsista, uniquement en service marchandises, et ce depuis Gouvy en transit par le Grand-Duché (Troisvierges), jusque fin 1962. La modeste gare frontière de Lengeler, d’abord allemande (prussienne) puis belge, ne connut pas la gloire de ses grandes soeurs, comme celle de Herbesthal. Sa voisine, l’imposante douane ex-prussienne, domine toujours le site de l’ancien passage à niveau, comme café ‘Lengeler Bahnhof’ – à ne pas confondre avec l’ancienne gare, démolie vers le milieu des années 70. Seul reste l’ancien tracé, aujourd’hui asphalté de part et d’autre du site. Cette piste, à travers bois et prairies, nous mène à la frontière Grand-Ducale, jusqu’au portail nord du Tunnel de Huldange*. Avec ses 790 mètres jadis le plus long du réseau CFL, mais aussi le plus élevé, entre les points culminants du pays: le ‘Kneiff’ (560 m) et le ‘Buergplaz’ (559 m). Alors que l'asphaltage menait bon train, il apparut que ce tunnel hébergeait 13 sortes différentes de chauves-souris, raison pour laquelle il resta finalement en-dehors de ce projet. Interdite du 1 septembre au 1 mai, la traversée reste possible au-delà, mais ‘au risques et périls’ de qui veut s’aventurer dans cette galerie par endroits inondée. Pour les cyclistes, une alternative est prévue par-dessus la colline. Pour les randonneurs, un sentier très escarpé aboutit près du portail sud (voir photo). La descente, assez périlleuse par temps humide, vaut largement la peine, car les parois de cette profonde tranchée sont constituées de deux murs obliques en maçonnerie, comprenant chacun plus de 50 grandes niches en arc de cercle. Longtemps, cet ouvrage remarquable resta quasiment inaccessible, moins par la végétation que par la mise sous eau de la tranchée depuis Wilwerdange, comme bassin piscicole. La piste touristique aura eu le mérite de faire assécher la majeure partie de la tranchée, seule une portion d’à peine 200 mètres restant aujourd’hui inondée, côté sud. Enfin, pas plus que sa consoeur de Lengeler, la petite gare de Wilwerdange joliment restaurée ne présente la moindre structure apparente de gare frontière, ce rôle ayant apparemment été confié à celle de Troisvierges, point d’aboutissement de la ligne, sur l’itinéraire Liège-Luxembourg par Gouvy. Ici, la desserte marchandises subsista jusqu’en 1978. Depuis, le terrain de la gare, débarrassé de ses rails, est occupé par le voisinage. (*) Plus d’une fois on trouve le tunnel de Huldange sous la dénomination “de Wilwerdange”, peut-être bien sa dénomination officielle. Pourtant, l'ouvrage se trouve moitié-moitié sur les communes de Huldange et de Goedange, alors que Wilwerdange n'est que la gare suivante, à 2 km de là. Cependant, ces villages sont aujourd’hui tous trois regroupés au sein de la commune de Troisvierges. |