|
Textes français
au bas de chaque rubrique |
Op oude kaarten van dit voormalige mijngebied valt meteen het onvoorstelbare kluwen op van spoorlijnen, industriële verbindingslijnen en spooraansluitingen – om van het voormalige buurtspoorwegennet nog te zwijgen. Wat van dit alles vandaag nog in gebruik is, buiten een handvol dubbelsporige hoofdlijnen, is op de vingers van één hand te tellen. En dan nog… De laatste mijn is al 50 jaar dicht, cokesovens en carbochemie horen ook al tot het verleden, en de keramiekindustrie is op sterven na dood. Tussendoor gebeurt het wel meer dat men verlaten fabrieken, vervallen kolenmijnen en de aanpalende spoorlijn(en) in één slag van de kaart veegt om de vrijgekomen gronden een heel andere bestemming te geven. Hele happen van dit netwerk zul je dus vergeefs zoeken, zelfs op luchtfoto’s, afgezien van een handvol tot betonpiste gerecycleerde spoorwegbeddingen. Toch blijven hier en daar nog wat hardnekkige getuigen over, niet altijd de meest spectaculaire, maar toch het opzoeken waard.
Sommige vind je dan ook terug op deze pagina die verschillende items groepeert, zoals oude spoorwegtracés, verlaten stations, vergeten sporen, afgedankte kanalen, voormalige buurtspoorwegstelplaatsen en ook enkele steenkoolmijnen, of toch het weinige dat daarvan overblijft. Twee afzonderlijke pagina's zijn gewijd aan het gebied rond Hensies en Bernissart: één over de steenkoolmijn en de spoorlijn tussen beide, de andere over de oude kanalen in diezelfde omgeving.
Sommige vind je dan ook terug op deze pagina die verschillende items groepeert, zoals oude spoorwegtracés, verlaten stations, vergeten sporen, afgedankte kanalen, voormalige buurtspoorwegstelplaatsen en ook enkele steenkoolmijnen, of toch het weinige dat daarvan overblijft. Twee afzonderlijke pagina's zijn gewijd aan het gebied rond Hensies en Bernissart: één over de steenkoolmijn en de spoorlijn tussen beide, de andere over de oude kanalen in diezelfde omgeving.
|
De cette inextricable toile d’araignée que fut le réseau ferroviaire du Borinage avec ses innombrables lignes et raccordements industriels ne reste aujourd’hui tout au plus qu’une poignée de lignes principales, la plupart à double voie. Et dire qu’il y a déjà un demi siècle que le tout dernier charbonnage ferma ses portes. Depuis, plus d’un de ces sites a disparu sous la pioche de la table rase afin d’y developper d’autres activités, entraînant du coup ce qui restait du réseau ferroviaire dans le voisinage. Essayez toujours d’en retrouver la trace dans le paysage, même sur vue aérienne, si ce n’est l’un ou l’autre tracé bétonné, faute de mieux. N’empêche qu’il arrive que – coup de hasard – nous nous trouvions soudain devant l’un de ces vestiges, quelques pauvres restes de ce qui en son temps fut un charbonnage ou de son raccordement ferroviaire, ou encore d’un canal abandonné, voire comblé depuis belle lurette. C’est cela que, au gré de nos trouvailles, nous vous présent(er)ons sur cette page qui est complétée par une sur le charbonnage de Hensies – le tout dernier – et son remarquable raccordement ferroviaire vers Bernissart, et une autre sur ce qui reste des anciens canaux là tout près. |
Hierna, achtereenvolgens: le TOUR DU BORINAGE (1991) - het waterreservoir van MONSVILLE - de oude mijn van BAUDOUR
- het verzonken spoorwegtracé in het moeras van CRIQUELION - industrielijn 242 -
TERTRE: de laatste armseinen, de 3 stations, de inmiddels afgebroken steenkoolmijn - de oude buurtspoorwegstelplaatsen
- het verzonken spoorwegtracé in het moeras van CRIQUELION - industrielijn 242 -
TERTRE: de laatste armseinen, de 3 stations, de inmiddels afgebroken steenkoolmijn - de oude buurtspoorwegstelplaatsen
tour du Borinage (1991)
|
Op 23 maart 1991 organiseerde de vereniging TSP een rondrit op wat toen nog overbleef van het ooit zo dichte spoorwegnet van de Borinage, en dit met een spoorbus (autorail) van hetzelfde type als wat destijds op sommige van deze lijnen gereden heeft. Hoewel we ons in hoofdzaak toeleggen op wat thans overblijft van oude spoorlijnen, vonden we het aangewezen om deze fotoreeks hier te plaatsen, ook al is ze van mindere kwaliteit. Let vooral op de wat trieste sfeer van vergane glorie die ze hiermee uitdrukken in deze regio vol overblijfsels uit het steenkooltijdperk, ook vandaag nog.
|
Het reizigersnet van de Borinage (Spoorboekje 1931)
le réseau voyageurs du Borinage en 1931 (T = Tertre H = Harmignies) |
109
Eerste bestemming: van Cuesmes naar Harmignies, op wat overbleef van lijn 109 voor de bedieing van CBR, jarenlang de laatste hoop voor dit baanvak. Maar tevergeefs: begin deze eeuw brak dit bedrijf zijn aansluiting op, al zou het hoofdspoor nog meer dan één decennium blijven liggen.
D'abord vers Harmignies, sur ce qui restait de la ligne 109, en service jusqu'au début du siècle pour la desserte de CBR et démonté depuis.
D'abord vers Harmignies, sur ce qui restait de la ligne 109, en service jusqu'au début du siècle pour la desserte de CBR et démonté depuis.
97 & 100
Beide lijnen bestaan nog, maar zijn vandaag totaal onherkenbaar: lijn 97 geëlektrificeerd, alle armseinen vervangen, op enkelspoor vanaf Boussu
- het spoor van wat overblijft van lijn 100 vernieuwd maar het station Tertre volledig uit het landschap gewist.
Toujours en service mais méconnaissables: la 97 électrifiée, les signaux mécaniques rempalcés et à voie unique à partir de Boussu
- la voie du restant de la 100 remise à neuf mais la gare de Tertre complètement rasée, y compris la voie de débord.
- het spoor van wat overblijft van lijn 100 vernieuwd maar het station Tertre volledig uit het landschap gewist.
Toujours en service mais méconnaissables: la 97 électrifiée, les signaux mécaniques rempalcés et à voie unique à partir de Boussu
- la voie du restant de la 100 remise à neuf mais la gare de Tertre complètement rasée, y compris la voie de débord.
98
En dan naar lijn 98: anderhalve eeuw lang de historische hoofdas van de Borinage, op dubbel spoor - in 1991 op sterven na dood, ondanks een initiatief voor toeristische exploitatie - opgebroken midden de jaren 90 en vandaag gedeeltelijk gebetonneerd of geasfalteerd.
Enfin la ligne 98, axe ferroviaire central traversant le coeur du Borinage, jadis à double voie mais tout au plus son ombre en 1991
- démontée 4 à 5 ans plus tard, malgré une initiative d'exploitation touristique, et en grande partie bétonnée, voire goudronnée
Enfin la ligne 98, axe ferroviaire central traversant le coeur du Borinage, jadis à double voie mais tout au plus son ombre en 1991
- démontée 4 à 5 ans plus tard, malgré une initiative d'exploitation touristique, et en grande partie bétonnée, voire goudronnée
102
Korte zijsprong op wat overbleef van lijn 102 met, vlakbij de mijnzetel Crachet, de splitsing met het oude tracé van lijn 96 (omgelegd in 1963)
Petite détour sur le reste de la ligne 102 avec, à hauteur du Crachet, la jonction avec l'ancienne ligne 96 (détournée en 1963)
Petite détour sur le reste de la ligne 102 avec, à hauteur du Crachet, la jonction avec l'ancienne ligne 96 (détournée en 1963)
Monsville |
Monsville is een wijk van Quaregnon, hartje Borinage. Het vandaag bewoonde station ligt aan de voormalige lijn 102 St-Ghislain-Frameries, thans gebetonneerd. Het waterreservoir ligt voorbij de overweg, kant Flénu, maar ligt er verlaten bij, midden in een klein bos dat zich naast een oude terril ontwikkeld heeft. Het is van een ietwat ander type dan de meeste spoorwegreservoirs op het net, met bovenaan een klein balkon en aan de voet een uitnodigende deuropening. De opstapeling van de meest diverse afval daar vanbinnen is echter allesbehalve uitnodigend, en bovendien is de trap verdwenen. Dit reservoir is een van de weinigen die de sloopwoede overal elders overleefd hebben.
|
Baudour
de oude mijn in het bosDe ingang tot Dante’s inferno is het nog niet, al scheelt het niet veel. Maar dat zelfs de meest gehaaide raiders niet verder geraakt zijn dan wij zoveel decennia geleden zegt genoeg over de uitzonderlijke omstandigheden van deze site. Wat is hier dan aan de hand?
Einde de 19e eeuw dacht men er gemakkelijker en vooral goedkoper vanaf te komen door de hellende steenkoollagen uit te graven op de plek waar ze aan de oppervlakte komen. Hier dus, in het uitgestrekte Bois de Baudour aan de noordrand van de Borinage. En zo geschiedde. Twee steile gangen met een helling van 25° werden gegraven. Maar wat aanvankelijk beschouwd werd als een makkie draaide hoe langer hoe meer uit op een nachtmerrie. |
Want nadat men daar vanbinnen al van in het begin af te rekenen kreeg met overvloedige waterinfiltratie, stootte men op zo’n 340 meter diepte warempel op een heuse warmwaterbron, meer dan 50°C. En dus een flink stuk heter dan de 37°C van Chaudfontaine. In die mate dat het oppompen en verder opdelven zo goed als onmogelijk werden en de exploitatie noodgedwongen werd onderbroken. Voorgoed, zou al gauw blijken, zeker toen enkele pogingen om het materiaal te recupereren ijdel bleken. Dit was in 1908, amper 7 jaar na het begin van de exploitatie.
|
Vandaag zijn midden in het bos de twee toegangen nog steeds aanwezig, elk met daarachter een even schuin hellende gang, als getuigen van dit faliekant afgelopen experiment - de hete dampen daar vanbinnen niet te na gesproken (foto's 8 maart 2019). De eerste ingang oogt nog vrij stevig, maar de treden van het gangpad zijn verbrokkeld en glibberig, en heel betrouwbaar is het zaakje toch niet. Wat verder is de tweede toegang echter grotendeels verdwenen. Alleen de nis en de stevig getraliede ingang lijken nog enigszins intact, maar diep vanbinnen woedt het inferno. Ook verderop tussen de bomen zie je vanuit een betonnen schoorsteen pal boven de oude mijn de hete dampen met zekere regelmaat opstijgen, vooral mooi zichtbaar in de winterperiode of bij kouder weer. Tenslotte bewijzen de schisten op de 20 meter hoge terril aan de overkant dat er wel degelijk steenkool werd bovengehaald, in tegenstelling tot wat soms wordt beweerd.
|
OPGELET!
Het betreden van deze site is niet zonder risico, en ondergronds is de situatie ronduit gevaarlijk. Hierbij wijst 'Railations' dan ook elke verantwoordelijkheid van de hand.
Het betreden van deze site is niet zonder risico, en ondergronds is de situatie ronduit gevaarlijk. Hierbij wijst 'Railations' dan ook elke verantwoordelijkheid van de hand.
une ancienne fosse en plein bois
|
Est-ce le portail vers l’enfer de Dante? Pas forcément, mais peu s’en faut. Car même les aventuriers les plus hardis n’ont pu pousser jusqu’au bout. En fait, il s’agit d’un ancien charbonnage d’un type, disons, un peu spécial. Plutôt que de forer des puits à la verticale et de dresser un châssis à molettes, on a préféré faire l’économie de tout cela, en suivant la couche carbonifère elle-même, là où elle apparaît à la surface, aux confins du Borinage. Cela donna deux galeries obliques, à angle de 25°. Mais bien vite l’exploitation s’avéra malaisée, jusqu’à plonger en plein cauchemar, lorsqu’à 340 m sous terre on tomba sur une source d’eau chaude à plus de 50°C, rendant impossible toute poursuite de l’exploitation. C’était en 1908, après 7 années à peine d’une exploitation déjà fort difficile sans cela. Ne restent donc que deux galeries à haut risque (en principe fermées) et donc guère recommandables, avec un terril de 20 mètres peu au-delà, comme seuls témoins de cette extraction interrompue inopinément.
ATTENTION! la visite de ce site n'étant pas sans risque, sinon dangereuse, nous déclinons toute responsabilité à ce sujet. |
Criquelion
de spoorlijn door het moerasDwaallichtjes krijg je er niet te zien, het spook van Vincent Van Gogh evenmin. Vage nevelslierten in de avondschemer roepen de dampen van de hel op, al is het geweeklaag van gekwelde zielen weinig anders dan het gehuil van de herfstwind.
Maar vergis je niet: deze oude spoorbrug waarvan het verroeste brugdek nog amper uitsteekt boven het stille moeraswater is heel reëel. Decennia lang denderden hier treinen over. Zelfs na stopzetting van de reizigersdienst bleven de goederentreinen driemaal per week over deze brug rijden, en dat terwijl de spoorbedding alsmaar dieper in het moeras bleef wegzakken. Tot de Spoorwegen het welletjes vonden. Vandaag zou dit het welgekomen voorwendsel zijn om dit restlijntje ineens op te doeken. Maar niet in die tijd. En zo werd rond 1964 daar vlak naast een verhoogde bedding aangelegd en de spoorlijn meteen omgelegd.
Wat was hier dan aan de hand? |
De naam Borinage (de streek rond Mons/Bergen) roept onvermijdelijk steenkool op. Daar vlakbij draaiden de schachtbokken van Douvrain (Espérance) en later ook Tertre hun laatste jaren. En het is precies door al die mijngangen onder de valleibodem van de Haine dat dit gebied almaar verder inzakte, met o.m. moerasvorming tot gevolg.
|
De lijn in kwestie is de voormalige 90A van St-Ghislain naar Jurbise, na de jongste oorlog beperkt tot Baudour. Ten tijde van de omlegging droeg ze evenwel het nummer 100A, als zijtak van lijn 100 richting Tertre en verder. Op het einde van de jaren 60 kreeg dit restlijntje er echter een verlengstuk bij, ditmaal naar de industriezone Ghlin-Baudour.
In diezelfde periode moest 'hoofdlijn' 100 door de bouw van de huidige E19 (op het tracé van het oude kanaal Mons-Condé) tussen St-Ghislain en Criquelion omgelegd worden. En dus kreeg de lijn naar Baudour na amper 6 à 7 jaar alweer een nieuw tracé - ditmaal wat meer oostelijk - en werd ze door de verlenging naar Ghlin omgedoopt tot industrielijn 247.
Maar mooie liedjes duren nooit erg lang, ook niet bij de Belgische Spoorwegen, en vanaf 1990 was het al gedaan met lijn 247. Toch werd ze niet opgebroken, met het oog op een wel heel hypothetische heropening nu en dan de kop opsteken. En dus blijft het spoor daar liggen, overwoekerd en wel, als een echte spooklijn, met daar vlakbij die oude brug die tot vandaag wanhopig het hoofd boven het moeraswater tracht te houden.
l'ancien tracé dans les marais |
|
Perdu dans la végétation et la brume automnale, ignoré des feux follets du trafic traversant à la hâte le passage à niveau voisin, ce vieux pont rouillé, d'origine nettement ferroviaire, dont le tablier affleure les eaux mortes du marais de Criquelion, près de Tertre.
La ligne en question, c'est l'ancienne 90A reliant St-Ghislain à Jurbise, limitée à Baudour depuis la dernière guerre et portant depuis le n°100A comme antenne de la ligne 100 vers Tertre et au-delà. Après la fin du service voyageurs elle vit encore passer quelques convois hebdomadaires de marchandises, alors que la voie ne cessait de s'enfoncer, victime de la subsidence charbonnière. Finalement, c'est un tracé surélevé, parallèle au premier, qui permit dès 1964 de poursuivre un trafic pourtant pas très florissant. C'est qu'à cette époque déjà mijotaient les plans pour relier le zoning de Ghlin-Baudour à la gare de formation de St-Ghislain. Finalement, la construction d'une nouvelle section depuis la gare de Baudour jusqu'au zoning permit de maintenir cette ligne quasi-moribonde. Or, peu après, c'est la ligne 100 qui à son tour se vit détournée, suite à la construction de l'autoroute E19, entraînant du coup l'antenne de Baudour, devenue la 247 vers le zoning, sur un troisième tracé à cet endroit précis,
Mais rien n'est jamais certain à la SNCB. Et dès 1990 celle-ci mit un terme à l'exploitation de la 247. Néanmoins, la voie n'a toujours pas été démontée, laissant cette ligne oubliée perdue parmi les ronces et les arbustes qui l'ont complètement envahie. A deux pas de là reste le vieux pont qui, lui, tente tant bien que mal de ne pas succomber à la noyade.
|
Industriële spoorlijn 242 |
la ligne industrielle 242 |
|
Jarenlang niet bereden, bruin van de roest, groen van bramen en onkruid (dan toch in juni), de overweggeulen dichtgeslibd… Dit is spoorlijn 242 van Criquelion (op lijn 100) naar de Darse Sud. Een spiksplinternieuw industriespoor, in 2008 of 2009 (her)aangelegd op een verlaten spoorwegbedding, blijkbaar met het vooruitzicht op nieuwe goederentrafiek.
Maar op 16 maart 2017 (hiernaast) had dit spoor daar al die jaren gelegen, zonder enige trafiek, tenzij misschien toch een of andere werftrein. |
|
Begin juli 2018 werd deze 10 jaar eerder heraangelegde industrielijn dan toch in gebruik genomen, zij het louter officieel, want één jaar later zag het er nog steeds niet naar uit dat het spoor effectief bereden werd. Wel werd intussen aan de vertakking Criquelion en aan het eindpunt van lijn 242 telkens een nieuw uitwijkspoor aangelegd, maar in februari 2022 nog steeds geen teken van enig goederenverkeer. Wel werden aan weerskanten van de overweg op de druk (en behoorlijk snel) bereden Rue Louis Caty kort voordien grimmige snelheidsremmers geplaatst.
Inmiddels is hier dan toch enige goederenverkeer op gang gekomen, zoals we onlangs konden vaststellen (9 februari 2026). |
|
Tertre (lijn 100)
De laatste armseinen |
les derniers signaux à palettes |
|
|
Er was een tijd dat je ze letterlijk overal tegenkwam, de mechanische seinen en dan vooral de armseinen. Vandaag zul je ze vergeefs zoeken, althans op het NMBS-net, want o.m. in Duitsland en Groot-Brittannië kom je ze nog veelvuldig tegen. O ja, enkele museumbedrijven hebben er een paar weer in dienst genomen, maar nergens nog vind je ze in doordeweeks gebruik. Behalve hier dan, in het Henegouwse Tertre (23 september 2016). En hoewel het spoor van deze goederenlijn enkele jaren terug volledig werd vernieuwd bleven de twee armseinen ongemoeid. Wellicht de allerlaatste van het net, zij het alleen nog om deze overweg te beveiligen. Anders dan het eenzame en niet langer functionele armsein van Châtelet, alsook deze aan de overweg van Tertre, wordt het sein aan de kanaalbrug elektrisch aangedreven. Kabels en tegengewichten komen hierbij dus niet van pas. Een druk op de knop (of beweging van de hendel) in de seincabine volstaat. Beide seinen stonden er op 8 maart 2019 nog steeds, vlak naast de overweg. Het stationsgebouw zelf werd echter al decennia geleden grotendeels gesloopt. En inderdaad, op 7 juni 2019 werden de twee seinen definitief buiten dienst gesteld en kort daarna ontmanteld (info TSP). |
|
Les tout derniers signaux à palettes fonctionnels du réseau SNCB se trouvent à Tertre. En ce 23 septembre 2016 ils ne servent déjà plus qu'à protéger le passage à niveau. Mais plus pour bien longtemps, même si le 8 mars 2019 ils étaient toujours fonctionnels...
Effectivement, le 7 juin 2019, ces deux signaux furent définitivement mis hors service et démantelés aussitôt après (info PFT). |
TertreWat nog overbleef van het station Tertre is niet meer.
Na de vervanging van de laatste armseinen op het NMBS-net en de bijhorende seinpost vlak naast het stationsgebouw was het geheel verlaten en werd begin 2022 met de grond gelijk gemaakt. Zie verderr bij 'Vervallen stations'. Triste fin pour ce qui restait du bâtiment de service de la gare de Tertre. Abandonné depuis le remplacement des derniers signaux à palettes du réseau SNCB et de la suppression de la cabine attenante, cet ensemble fut rasé net début 2022. Pour en savoir plus, voyez ici.
|
Tertre Carbo
Ooit was Tertre Carbo een vrij belangrijk station op lijn 100 van St-Ghislain naar Ath (16 maart 2017). Niet voor reizigers, maar als afslag naar de cokesfabriek van Tertre (later Carcoke), met drie ovenbatterijen de grootste van het land, naast de voormalige Carbochimique. Maar met steenkool, bodemvervuiling en CO2 hebben we het wel gehad. En dus ging dit imposant maar verouderd geheel kort voor de eeuwwisseling helemaal dicht. Vandaag zul je vergeefs zoeken naar al die gebouwen en installaties. Aanvankelijk bleef enkel nog een troosteloze vlakte over met als enig teken van leven de Waalse SPAQUE, het bedrijf dat instaat voor de opruiming en de herbestemming van sterk vervuilde sites.
Vandaag is dit terrein grotendeels ingenomen door het chemisch complex Dow dat gelijk instaat voor de quasi volledige trafiek op wat overblijft van lijn 100, alvast tot Tertre Carbo. Want daar voorbij wordt het 3 km lange eindstuk tot de zoning vlakbij Villerot nog amper bereden (hieronder rechts op 9 februari 2026). Intussen blijft Tertre Carbo nog steeds duidelijk aanwezig, als enige van de drie stations van Tertre, maar wel compleet aan zijn lot overgelaten en in deerniswekkende toestand. Erger kan bijna niet, te oordelen naar de beelden uit 2016-17 en 2026.
Vandaag is dit terrein grotendeels ingenomen door het chemisch complex Dow dat gelijk instaat voor de quasi volledige trafiek op wat overblijft van lijn 100, alvast tot Tertre Carbo. Want daar voorbij wordt het 3 km lange eindstuk tot de zoning vlakbij Villerot nog amper bereden (hieronder rechts op 9 februari 2026). Intussen blijft Tertre Carbo nog steeds duidelijk aanwezig, als enige van de drie stations van Tertre, maar wel compleet aan zijn lot overgelaten en in deerniswekkende toestand. Erger kan bijna niet, te oordelen naar de beelden uit 2016-17 en 2026.
|
Tertre Carbo. De cette gare industrielle jadis fort active, desservant la cokerie et le complexe carbochimique, ne reste aujourd'hui plus grand chose, si ce n'est cette ruine désolée, blottie dans les arbustes entre l'énorme terrain reconverti en complexe chimique et ce quji reste de la ligne 100 - à peine encore desservie au-delà de ce point (vue de droite ci-après, le 9 février 2026). |
Hierna het afslagstation Tertre Carbo in betere tijden (jaren 80 en 90) la petite gare en des temps meilleurs
Tertre Charbonnage
|
Je vindt deze halte vrijwel nergens, zelfs niet in de oude dienstregelingen. Toch werd ze wel degelijk bediend door reguliere reizigerstreinen die zelfs tot 1962 in het Spoorboekje vermeld stonden (lijn 100). Een waarachtige spookhalte dus, vlak voor het station Tertre. En toch heel reëel, want elke werkdag stapten daar mijnwerkers in en uit, voor de steenkoolmijn van Tertre daar rechtover. Zelfs dat daar ’s avonds een trein toekwam uit Gent, dan via Zottegem, Oudenaarde en Ronse, om ’s morgens na de nachtshift weer te vertrekken naar Ronse en Gent. Pas een tiental jaar geleden werden de gebouwen van deze mijn, gesloten in 1971 en een van de laatste van de Borinage, met de grond gelijk gemaakt (zie hierna). Maar de halte, die is er nog, of toch de dubbele trap ernaartoe, meer en meer overwoekerd en nog amper zichtbaar, zelfs in het bladloze seizoen (9 februari 2026).
|
|
C’est en vain que vous chercherez cette halte, que ce soit dans l’Indicateur Officiel ou sur les cartes topographiques de l’époque, voire même dans les listes de gares rédigées par des amateurs. Une vraie halte fantôme donc, près de la gare de Tertre sur la ligne 100, et bel et bien desservie par des trains de voyageurs du service régulier, avant qu’en 1962 ceux-ci ne disparaissent des tableaux horaires. Pourtant, ce service continua de circuler pour le seul charbonnage de Tertre, un des derniers du Borinage, jusqu’à sa fermeture en 1971. Les deux escaliers menant jadis au quai existent toujours (8 mars 2019), quoique aujourd'hui cachés sous la végétation, alors qu’à cette date les anciens bâtiments de la mine venaienet d'être rasés.
|
een van de laatste mijnen (thans afgebroken)
un des derniers charbonnages
|
Op 4 december jl., dag van de H.Barbara, patrones van de mijnwerkers, boden wij je hier enkele beelden van de voormalige steenkoolmijn van Tertre, korte tijd voor deze ruïnes volledig werd afgebroken. Naar verluidt voor een of ander project, maar twee jaar later ligt de site er nog steeds verlaten bij. Als laatste getuigen blijven enkel nog een stukje spoor met bijhorende portiersloge, vlak voor een slordig versperde toegangspoort tot de verdwenen kolenmijn, een van de laatste van de Borinage.
Le 4 décembre nous vous présentions quelques vues de l’ancien charbonnage de Tertre, prises le 25 janvier 2016, peu avant que le site ne soit complètement rasé. Qu’il est loin ce fameux ‘trait de la Ste-Barbe’, quand les mineurs du fond fournissaient un effort supplémentaire en l’honneur de leur patronne – et des patrons charbonniers, bien-sûr. Aujourd’hui, seule une portion de voie en pavage tentant de passer une porte dérobée témoigne encore de la fosse disparue, une des dernières du Borinage.
|
Op 25 januari 2016 stonden de meeste gebouwen van de oude steenkoolmijn van Tertre nog overeind, samen met de watertoren en een koeltoren - maar niet meer voor lang. De schachtbok was al in 1982 afgebroken, ruim 10 jaar na de sluiting in 1971. Geen spoorse relicten hier, op een stukje aansluitingsspoor na, of nog, in het struikgewas, de vergeten halte 'Tertre Charbonnage' op lijn 100, pal rechtover de thans verdwenen mijngebouwen (foto hieronder). Dit haast legendarische steenkoolbekken tussen Mons en het Franse Condé was eeuwenlang bezaaid met ontelbare kleine, en later ook grotere ontginningen - tot medio de jaren (19)50 het noodlot toesloeg. Waarna de laatste overlevenden op hun beurt dichtgingen, één voor één, met Hensies-Pommeroeul als allerlaatste van de Borinage, in 1976.
|
voormalige buurtspoorwegstelplaatsen |
anciens dépôts vicinaux |
|
Hierna een overzicht van de reeds besproken NMVB-stelplaatsen in de Borinage. Voor meer info kijk je best op de pagina van de stelplaatsen in Henegouwen. Quevaucamps is een randgeval, maar hoorde wel bij het buurtnet van de Borinage.
|
Ci-devant un aperçu des anciens dépôts vicinaux du Borinage déjà publiés - voir à ce sujet la page consacrée aux dépôts du Hainaut. Le dépôt de Quevaucamps, hors-Borinage, était quant à lui situé à l'extrémité du réseau Borain.
|