Regionale spoorlijnen en stations in de Benelux
Lignes et gares régionales en Bénélux
Quévy van grensstation tot onbemande eindhalte
|
Een nog relatief intact beeld van het grensstation Quévy (7 februari 2005)
|
Van vooraanstaand grensstation op de hoofdlijn naar Parijs tot schamele eindhalte van een lokale bediening. Hoe is het zover kunnen komen? Het recente verhaal van Quévy is er een van verrassende maar kortstondige opflakkeringen die we moeilijk onbesproken kunnen laten. Of er ooit nog een vervolg komt is vandaag onmogelijk in te schatten.
De neergang begon al vóór, maar vooral ná WO II, toen de internationale treinen er niet langer halt hielden, evenmin als in de Franse evenknie Feignies trouwens, op die ene nachttrein na, nog 40 jaar lang. Wat wel bleef waren de stoptreinen, zowel uit Mons als uit Maubeuge en vice-versa, maar met sterk uiteenlopende overstaptijden, als die er al waren. Met de elektrificatie in 1963 kwam er aan Belgische kant een vrijwel klokvaste bediening van Quévy, maar de Franse dienst naar en van Maubeuge kwijnde verder weg, om in september 1973 volledig te verdwijnen. |
|
Midden de jaren 90 werden alle treinen naar Parijs omgelegd via de HSL, behalve dan de nachttrein, maar niet langer met stop in Quévy of Feignies, maar niet voor lang meer. Gelijk kwam er een pendeldienst Mons-Aulnoye, eveneens non-stop, als ersatz voor de afgeschafte sneldiensten naar Frankrijk. Afhankelijk van de aansluitingen aan Franse kant reed deze ook wel eens naar Maubeuge, en - verrassing! - vanaf 1998 in het weekend zelfs met tussenstops in de Belgische stations, dus ook in Quévy dat voor heel even opnieuw grensstation werd.
In juni 2000 echter werd deze pendeldienst (hiernaast) zonder meer afgeschaft. |
Toch nam de toenmalige Franse regio Nord-Pas-de-Calais in 2005 het initiatief voor een pendeldienst naar Quévy, zij het enkel op werkdagen, beurtelings vanuit Maubeuge of Aulnoye, en meestal mits een bijkomende overstap onderweg, maar wel met een vlotte aansluiting in Quévy, met de toenmalige IR naar Brussel en de luchthaven. Zelfs dat de heropening van het Franse Feignies overwogen werd, zij het als stopplaats. De op 19e eeuwse leest geschoeide grenstarieven die beide spoorwegondernemingen (nu nog steeds) hanteren in regionaal en lokaal verkeer was echter een miskleun van formaat, en de bijna gelijktijdige sluiting van het loket in Quévy maakte het alleen maar erger (zie hierna). Het gevolg laat zich raden. Het aantal reizigers per trein was soms letterlijk op de vingers van één hand te tellen, en drie jaar later verdween deze dienst even discreet als hij gekomen was.
Het (werk)dagelijkse wel en wee in Quévy - de IR naar Brussel staat zo goed als vertrekkensklaar op perron 1, terwijl de dieseltrein uit Maubeuge of Aulnoye binnenrijdt (12 december 2007) - het loket is echter dicht, dus moet je op de trein zelf een (nog duurder) internationaal ticket kopen!!
Hoewel de lijn over heel de lengte geëlektrifieerd is werd steevast met dieselmaterieel gereden.
Hoewel de lijn over heel de lengte geëlektrifieerd is werd steevast met dieselmaterieel gereden.
|
Is het doek nu gevallen over Quévy als grensstation? De nieuwe IC die sinds 2018 vanuit Mons wordt ingelegd, ook in het weekend maar slechts tweemaal per dag, rijdt echter non stop tot Aulnoye, alwaar een interessante overstap op regiotreinen richting St-Quentin, Compiègne en verder. Voordien al werd vanuit Wallonië gepleit voor een regionale dienst Mons-Charleroi via Quévy, Maubeuge en Erquelinnes, maar totnogtoe bleef dit een vrome wens, en de afgesneden perronsporen (hiernaast) maken het er niet eenvoudiger op. Intussen is Quévy verworden tot een schamele eindhalte met drie kopsporen – met daar vlak naast nog slechts twee doorgangssporen. Zielig tafereel van een ooit zo belangrijk grensstation.
Op 11 december 2022 werd na amper 3 jaar en voor de derde keer op rij de grensverbinding over Quévy alweer opgedoekt. Ondanks de schamele frequentie (2 terugritten per dag) en soms lange dienstonderbrekingen, o.a. tijdens corona, hebben wekelijks toch 400 reizigers van deze 'dienst' gebruik gemaakt...
|
Zie ook op de pagina 'Vervallen stations'
|
Chaudfontaine een station met allureOok al is het al van september 2018 geleden, blijft de heropening van het station Chaudfontaine wat ons betreft nog even nazinderen. Want wie ’s morgens of later op de dag op de trein wil richting Liège(Luik), wordt hier verwelkomd door statige trappen doorheen een heuse verrière, het kuuroord Chaudfontaine zeker waard. Wel even anders voor wie later op de dag terugkeert en op het perron daar rechtover nog even moet zoeken (wij toch) naar de uitgang en de (om)weg naar het stationsplein. Maar kom, wat al bij de sluiting in 1984 als een vergissing werd beschouwd is vandaag dan toch rechtgezet, zij het na heel wat vijven en zessen. En al doen de strakke lijnen van de nieuwe perrons wat onpersoonlijk aan, het mag gezegd dat het onthaal nog moeilijk te vergelijken is met dat op de afgeleefde lage perrons uit 1984. Of de ticketautomaat een volwaardig alternatief is voor de bediende achter het loket in wat nu een taveerne is, dat laten we over aan het oordeel van de gebruikers. En nu uitkijken naar een volgende stap in de verdere uitbouw van het Luikse voorstadsnet.
|
OugréeGelijk met Seraing (zie verder) ging begin juni 2018 ook de halte Ougrée terug open, op precies dezelfde plek als het inmiddels verdwenen station. Op nog geen 2 km van elkaar, dat wel, maar met een voldoende groot bevolkingspotentieel om ze te verantwoorden. Waar is de tijd dat de NMBS een reeks stations opdoekte, zelfs in (voor)stedelijk gebied, gewoon omdat ze op minder dan 3 km van elkaar lagen (bv.Hoboken)? Een tijdje was er zelfs sprake van een derde halte, op dezelfde lijn, maar het blijft raden waar.
Ruim 40 jaar na de opheffing van de reizigersdienst is het landschap wel enigszins veranderd. De staalindustrie ligt zichtbaar op apegapen, maar de verkeersdrukte en bijhorende congestie is er nergens op verbeterd. Vandaar het idee om ook in het Luikse een voorstadsnet uit te bouwen. Deze nieuwe haltes ogen alvast stukken aantrekkelijker dan destijds. Maar, ook al nemen we aan dat de NMBS in het begin zeker wil spelen, blijft de vraag of één trein per uur (2 in de spits) wel aantrekkelijk genoeg is. Afwachten dus.
|
|
Twee verschillende werelden, op precies dezelfde plek en vanuit hetzelfde gezichtspunt, zij het met een tussentijd van meer dan 40 jaar - links de nieuwe halte Ougrée op 19 oktober 2018, rechts (en daarboven) het oude station met seinhuis en overweg voor voetgangers op 11 april 1985.
Plus de 40 ans entre ces deux vues, prises au même endroit et sous le même angle (respectivement le 19 octobre 2018 et le 11 avril 1985).
Plus de 40 ans entre ces deux vues, prises au même endroit et sous le même angle (respectivement le 19 octobre 2018 et le 11 avril 1985).
Ronse - tabula rasa |
Rechtdoor/links het vervolg van lijn 86 naar Leuze en Blaton - rechts de aftakking naar Amougies, Tournai, Avelgem en Kortrijk, maar op dat ogenblik (17 juli 1979) is dit nog hooguit een doodlopend eindje rangeerspoor.
Woorden schieten tekort bij het aanschouwen van dit troosteloze tafereel. Eén enkele wissel en twee kopsporen, die onlangs nog werden ingekort tot vlak voor het historische stationsgebouw. Dat is alles wat hier overblijft. Al de rest: zonder meer uitgebroken. Station Ronse, regionaal knooppunt waar ooit treinen uit ZES verschillende richtingen bijeen kwamen is vandaag nog hooguit een schim. Om een ons onbekende reden heeft de NMBS altijd al een pik gehad op Ronse. Rond 1960, toen in recordtempo alle zijlijnen werden weggeknipt. Einde de jaren 60, toen een grondverschuiving bij de tunnel van Louise-Marie dankbaar werd aangegrepen om vanuit Oudenaarde de weekenddienst te schrappen.
|
Of in 1984, toen de dienst naar Frasnes en Leuze zodanig werd uitgedund dat men het enkele jaren later zonder boe of ba kon opdoeken. Inmiddels werd de goederentrafiek op de hele lijn stelselmatig afgebouwd. En nu is het voorlaatste baanvak (naar Leuze) ook al uitgebroken.
Jawel, via de laatste navelstreng is Ronse vandaag elk uur bereikbaar vanuit Gent, zelfs op zaterdag – maar slechts om de twee uur op zondag – met moderne motortreinen nog wel. En, toegegeven, deze hebben al die zijsporen niet langer nodig. Wel blijft de vraag of het dan echt nodig was om Ronse tot zo’n troosteloze cul-de-sac de degraderen? Op zo’n brutale manier nog wel?
Jawel, via de laatste navelstreng is Ronse vandaag elk uur bereikbaar vanuit Gent, zelfs op zaterdag – maar slechts om de twee uur op zondag – met moderne motortreinen nog wel. En, toegegeven, deze hebben al die zijsporen niet langer nodig. Wel blijft de vraag of het dan echt nodig was om Ronse tot zo’n troosteloze cul-de-sac de degraderen? Op zo’n brutale manier nog wel?
Florée
|
FLORÉE, 27 maart 2007. Een van de allerlaatste authentieke stopplaatsen van het net, op de lijn Namur-Luxembourg. Tot vandaag weinig meer dan een betonnen 'varkenshok' op elk van beide perrons. Niet echt begeesterend, en weinig respectvol voor de reizigers, ook al zijn ze hier op het Condruzische platteland niet bijster talrijk. Sinds kort wordt Florée niet meer bediend. Alhoewel... wegens belangrijke aanpassingswerken op deze lijn is de stoptreindienst op weekdagen onderbroken tussen Assesse en Ciney – met vervangende busdienst. In het weekend rijdt deze trein dan weer wel, maar zonder stop in Florée. 'Te weinig reizigers' is steevast de uitleg, en in tegenstelling tot bv. Zwitserland willen ze in Brussel van een stop op verzoek helemaal niet weten. De kans is dan ook groot dat tijdens de werken de perrons 'tijdelijk' opgebroken worden – en daarna niet heraangelegd. En dat de NMBS op die manier alweer zo'n 'vervelende' kleine stopplaats kwijt is... (1/2015) Wat inmiddels ook gebeurd is !!!
|
Zwankendamme
|
Hier nog zo’n verdwijnhalte. Ditmaal Zwankendamme, vlakbij Zeebrugge. Op 22 november 2012 (foto's) is er ogenschijnlijk niets aan de hand, elk uur een trein. Zo ook in de nieuwe dienstregeling van december 2013. Eén jaar later staat Zwankendamme wel in de dienstregeling, maar geen trein die er stopt. Het jaar daarop wordt de halte nog wel vermeld op de omslag van de brochure, maar niet meer in de tabel zelf. En vandaag: helemaal niets meer. Getrapte opheffing noemt men dat. Met stille trom. Leuke verdwijntruc… zij het in functie van een nieuwe goederenbundel ten behoeve van de haven van Zeebrugge, waarvoor deze perrons en schuilplaatsen inmiddels met het nodige gedruis werden afgebroken.
|
Audun-le-Tiche (F)
Audun-le-Tiche in Frans Lotharingen, decennia lang verstoken van alle reizigersverkeer, is vandaag met een vertrek om het halfuur allicht een van de best bediende van alle regionale stations en haltes in heel Frankrijk. Waarom het dan onderbrengen bij deze Beneluxpagina? Gewoon omdat deze dienst verzekerd wordt door de CFL (Luxemburgse spoorwegen), vanuit Esch-sur-Alzette. Het nieuwe station Volmerange-les-Mines, eveneens in Frankrijk, vlak over de grens, alsook het Belgische Athus genieten vandaag van een gelijkaardige bedieningsfrequentie. En dan hebben we het nog enkel over regionale stations buiten de groothertogelijke grenzen. Dit alles om de massale dagelijkse toestroom van werkkrachten vanuit de buurlanden naar de hoofdstad Luxembourg enigszins op te vangen. En zeggen dat het Luxemburgse Rumelange (zie hierna), op nog geen 6 km in vogelvlucht, het vandaag moet stellen met amper 6 vertrekken per dag!
|
La gare Française d'Audun-le-Tiche en Lorraine, aujourd'hui uniquement desservie depuis le Luxembourg. Avec un départ toutes les demi-heures c'est une des gares régionales les mieux desservies de tout l'hexagone! (photos 8 août 2008)
|
Rumelange (CFL)
|
Ondanks de elektrificatie begin de jaren 60 werd de reizigersdienst op de zijlijn Noertzange-Rumelange – een van de oudste van het net - door de jaren heen stiefmoederlijk behandeld, met alleen piekuurtreinen op werkdagen, en voor de rest een ‘aanvullende’ busdienst, en dat terwijl de bediende gemeenten toch geen kleintjes zijn. In 1996 werd het eindstuk tot Rumelange-Ottange, op de Franse grens, weggeknipt en de dienst beperkt tot Rumelange (foto 8 augustus 2008). Meer dan eens werd de nakende opheffing in het vooruitzicht gesteld, en rond 2010 werden de 13 treinparen teruggebracht tot 7, vandaag nog amper 6. Onbegrijpelijk wanneer je de recente dienstuitbreidingen op zowat alle lijnen van de CFL bekijkt. Wellicht dankt dit lijntje van nog geen 6 km haar overleven aan enkele belangrijke industrieën, zoals Intermoselle/Cimalux in Langengrund, die in deze tijd van alles-op-de-weg toch nog het spoor blijven gebruiken.
|
Maulusmuhle (CFL)
|
Midden in de bossen. Niet eens een station, hooguit een perron met wachthuisje. Daarnaast een verlaten café en een doorgaans lege parking. Verder geen bewoning in de buurt. Hooguit een camping verderop. Het dichtstbij gelegen dorp, Sassel, ligt op 2,5 km. Is het daarom dat de halte Maulusmuhle, op de hoofdlijn naar Troisvierges (Groothertogdom Luxemburg), slechts om de twee uur bediend werd? Nochtans is deze plek het knooppunt van verschillende wandeltrajecten. Toch werd einde 2014 deze bediening opgeheven. Zelfs geen halte op verzoek, zoals in Merkholtz en Paradiso, op het zijlijntje naar Wiltz. Wel nog een bus naar Clervaux, viermaal daags, maar niet in het weekend. De trekkers moeten het dan maar elders zoeken. |