OUDE STELPLAATSEN IN WALLONIË |
|
Anciens dépôts vicinaux en Région Wallonne
LIÈGE
GLONS - WIHOGNE - OREYE - WAREMME - HANNUT - ENVOZ - WANZE - JEMEPPE-S/MEUSE - VILLENCOURT - WARZÉE - COMBLAIN-AU-PONT - POULSEUR - TROOZ - TIÈGE - EYNATTEN - LIERNEUX
BASSENGE - ANS - VERLAINE - GOÉ
BASSENGE - ANS - VERLAINE - GOÉ
Glons
|
De stelplaats Glons, een van de oudste van de provincie (1893), lag op kop van de buurtlijn naar Bassenge en Maastricht, doorheen de schilderachtige vallei van de Jeker. Merkwaardig genoeg lag ze - voorbij Glons en Boirs - voor het grootste deel in de provincie Limburg. Pas in 1963 werd dit deel van de vallei naar de provincie Liège overgeheveld, zij het vele jaren na het einde van deze internationale buurtlijn. Het emplacement van deze stelplaats, vlak naast spoorlijn 34 Liège-Hasselt, is vandaag bijna volledig ingenomen door allerhande bebouwing, veelal woonhuizen en bijhorende tuintjes. Vooral de oude remise is als dusdanig vrijwel onherkenbaar. Alleen het stationsgebouw staat nog fier rechtop, zo goed als intact, vlak naast het NMBS-station.
|
|
|
Wihogne
Iets meer dan halfweg tussen Liège/Luik en Tongeren, vlakbij de huidige gewestgrens, op wat voor beide provincies de allerlaatste volwaardige buurtlijn zou worden, tot einde 1961. Aanvankelijk ging het vanuit de vurige stede niet verder dan deze stelplaats, maar toen de lijn werd doorgetrokken, met een grotere stelplaats in elk van beide steden, verloor Wihogne aan belang, en zou naar het einde toe nog enkel dienen voor het stallen van reserverijtuigen. Vandaag heeft een drukke bloemen- en tuinzaak het emplacement ingenomen en geleidelijk heringericht, waardoor het nog bestaande waterreservoir (annex magazijn) vandaag niet meer als dusdanig herkenbaar is. Wat gelukkig nog wel het geval is voor de vier loodsen en het stationsgebouw langsheen de Tongersesteenweg.
|
|
|
Oreye
|
|
|
De buurtspoorwegstelplaats Oreye, zowat halfweg op de 35 km lange elektrische buurtlijn tussen Liège en St-Truiden, was ook het vertrekpunt van de zijlijnen naar Waremme en Borgloon/ Kortessem. Zoals op tal van andere locaties werd ook deze stelplaats in twee gedeeld. Vooraan het stationsgebouw en zowat een derde van het emplacement ten behoeve van de TEC-bussen. Achteraan, op de rest van het uitgestrekte stelplaatsterrein waarop een bouwonderneming zich gevestigd heeft, bevonden zich de rijtuig- en locomotiefloodsen, waarvan in april 2018 alleen deze laatste nog overeind stond, terwijl de twee andere duidelijk nog maar pas waren afgebroken. Langs de zijkant staat nog steeds de oude waterpomp met kolenmagazijn, en pal in het midden van het hele emplacement het wel heel opvallende gebouw van (wat wij aannemen) het voormalige elektrische onderstation. Welk lot de resterende gebouwen van deze al bij al nog vrij volledige stelplaats beschoren is zal ons wellicht pas later dit jaar duidelijk worden.
|
NOOT - Van de eerste stelplaats, destijds opgericht door de compagnie Ans-Oreye, amper 150 meter verderop richting Liège, blijft niets meer over, en het emplacement is vandaag volledig ingenomen door bewoning en achtertuinen.
|
Waremme (verdwenen-disparu)
|
Vanuit de thans verdwenen stelplaats Waremme, vlak naast het spoorwegstation, vetrok de 26 km lange buurtlijn naar Statte (Huy), geopend in 1888. De reizigersdienst werd in 1949 opgeheven, gevolgd door de goederentrafiek enkele jaren later, behalve dan het korte baanvak naar Hollogne-s/Geer (4 km) dat tot 1957 behouden bleef voor de bediening van de plaatselijke suikerfabriek. In de herfstperiode kenden beide lijnen rond Waremme een vrij intense trafiek van suikerbieten en pulp, tot op het einde met authentieke stoomlocomotieven, zowel naar Oreye als naar Hollogne.
|
|
De stelplaats zelf kreeg nog twee jaar respijt, tot de sluiting van de buurtlijn naar Oreye. Ze werd echter niet omgeschakeld naar busuitbating, niet alleen door de nabijheid van de stelplaats Oreye, maar ook doordat amper 7 km verder het kruisingstation Omal al van meet af aan werd ingericht als busdepot en vandaag nog steeds als dusdanig in dienst is.
De stelplaatsgebouwen van Waremme, inclusief de werkplaats waar de stoomloks onderhouden werden, stonden er nog steeds einde 1987 maar werden een aantal jaren later afgebroken. Vanaf dan bleef alleen nog het stationsgebouw over, gelijk met een dienstgebouwtje daar vlak naast. In 2009 stonden ze er nog allebei, het station echter gedeeltelijk verwoest door brand. Beide werden enkele jaren later gesloopt. Het verlaten emplacement werd kort daarna volledig heringericht als woonzone. Een paar spoorweggebouwtjes daar vlakbij, waarvan één bewoond is, hebben verder niets te maken met de buurtspoorweg noch de stelplaats waarvan vandaag niets overblijft. |
Hierboven de achterkant van de oude loodsen op 18 oktober 1987, een aantal jaren voor hun afbraak - hiernaast en hieronder het gedeeltelijk uitgebrande stationsgebouw dat nog slechts op de sloophamer zit te wachten (18 november 2009) - het dienstgebouwtje naast het buurtstation (9 juli 1999) wacht hetzelfde lot
|
|
|
|
Hannut
De stelplaats Hannut, pal tegen het toenmalige spoorwegstation (lijn 127), lag op het knooppunt van buurtlijnen naar St-Truiden, Verlaine/Jemeppe-sur-Meuse, en Forville/Namur. Een belangrijk knooppunt dus, niet zozeer voor reizigersverkeer in deze landelijke regio, dan wel voor het vervoer van steenkool en in het najaar vooral suikerbieten en pulp naar en van de talrijke suikerfabriekjes en rasperijen in oostelijk Haspengouw. Dankzij deze trafiek bleef de stelplaats in dienst tot het einde van de jaren 50, daar waar de reizigersdiensten in de naoorlogse jaren een na een wegvielen, tot midden de jaren 50. Na het einde van de spoorexploitatie werd Hannut niet verder gebruikt als busgarage, te meer daar begin de jaren 50 een nieuwe busdepot was ingeplant op het voormalige knooppunt Omal een eindje verder.
|
Wat overbleef van de stelplaats Hannut op 28 juli 1967, op het voormalige buurtstation na - helemaal rechts de loods voor de stoomloks
ce qui restait du dépôt de Hannut en 1967, mis à part la gare vicinale à l'autre bout du terrain, avec à droite l'ancienne remise aux locomotives |
In tegenstelling tot de uit de kluiten gewassen stelplaats Verlaine in Luiks Haspengouw was Hannut een gewone stelplaats, met het buurtstation vlakbij het NMBS-station, het waterreservoir en twee loodsen aan het andere uiteinde van het emplacement (hierboven). Afgezien van het al langer afgebroken reservoir waren de overige gebouwen nog intact in 2012. Jammer genoeg werden beide loodsen, tot dan in gebruik door een garagebedrijf, kort daarna afgebroken om plaats te ruimen voor moderne woningbouw. De laatste getuige, het buurtstation, staat er echter nog en is bewoond (hieronder), maar bijna volledig aan het zicht onttrokken door de weelderige bomengroei die het stelplaatsterrein voor het grootste deel heeft ingepalmd.
|
Le dépôt de Hannut, à l’intersection des lignes vicinales vers Namur, Jemeppe-s/Meuse et Sint-Truiden, et située près de la gare du chemin de fer 127 était jadis une importante plaque tournante, surtout pour le trafic de charbon et (en arrière-saison) de betteraves et de pulpe vers et depuis les nombreuses petites sucreries et raperies de Hesbaye, presque toutes disparues depuis. L’arrêt de ce trafic à la fin des années 50 signa du coup la fin du dépôt, qui ne fut pas converti en garage pour autobus, celui-ci ayant été établi sur le site d’Omal, tout proche, au début des années 50. Qu’en reste-t-il aujourd’hui? Le château d’eau fut le premier à faire les frais de l’abandon. Mais ce n’est que vers 2014 que les deux grandes remises furent rasées pour de nouvelles constructions. Seule reste aujourd’hui la gare vicinale (ci-contre), blottie derrière le bosquet qui a envahi la majeure partie de l’ancien dépôt. |
|
Wie kon toen vermoeden dat deze voormalige buurtspoorwegloods en de lokomotievenloods daarachter amper enkele jaren later zouden worden afgebroken? (11 oktober 2012)
Qui pouvait se douter que, 2 ans plus tard, ce bel ensemble - y compris l'ancienne remise aux locomotives - serait complètement détruit? |
Stelplaats Envoz, halfweg tussen Bierwart en Statte (Huy), lag er op 1 maart 1972 verlaten bij. Ruim 40 jaar later zijn de verschillende gebouwen elk apart bewoond of in gebruik, maar heeft het stationsgebouw vooral aan straatkant zijn oorspronkelijk karakter behouden (11 oktober 2012).
Déjà à l'abandon en 1972, le dépôt d'Envoz (Couthuin) est aujourd'hui habité, mais garde en grande partie son caractère vicinal d'origine.
Déjà à l'abandon en 1972, le dépôt d'Envoz (Couthuin) est aujourd'hui habité, mais garde en grande partie son caractère vicinal d'origine.
|
Wanze
|
De kleine stelplaats Wanze is een van de weinige zichtbare restanten van de in 1949 opgedoekte buurtlijn Waremme-Statte. Discreet ingekapseld tussen de lintbebouwing langs de drukke steenweg naar Hannut en de E42 valt ze nauwelijks op. Bij gebrek aan de nodige ruimte aan het station Statte was dit de eerste locatie die niet te ver daarvandaan in aanmerking kwam. Slechts twee loodsen: de grotere, ooit voor twee sporen, dient vandaag als busgarage voor de TEC. Alleen de achterste zijgevel in niet-geverfde baksteen heeft nog de oorspronkelijke ‘look’ uit het NMVB-tijdperk (hiernaast). Samen met een kleine aanbouw dient de kleine loods (één spoor) als bureel. Over een toenmalig stationsgebouw en waterreservoir is nergens informatie te vinden. Dat deze stelplaats vandaag nog steeds in gebruik is dankt ze allicht aan de relatief grote afstand (20 km) tot de huidige standplaats aan het thans verdwenen buurtstation Omal. |
|
Le petit dépôt de Wanze, au bout de la ligne vicinale Waremme-Statte, se trouve très discrètement le long de la chaussée de Hannut, à peine visible, et installé là faute d’espace suffisant près de la gare de Statte. Deux remises, l’une jadis pour deux voies et dont le mur latéral arrière (ci-haut) garde son cachet authentiquement vicinal abrite actuellement des bus du TEC. L’autre remise sert de bureau et de magasin. Rien de connu sur d’autres bâtiments disparus depuis. Gageons que ce petit dépôt a survécu grâce aux 20 km qui le séparent du garage en plein air d’Omal.
|
Jemeppe-sur-Meuse was het eindpunt van twee elektrische lijnen (naar Hollogne/Liège en Verlaine), met een stationsgebouw en een dienstgebouw met wachtzaal, rechtover het inmiddels verdwenen spoorwegstation van de Nord-Belge, en verderop een waterreservoir met kolenmagazijn. Ooit zouden daar ook twee loodsen gestaan hebben, zij het voor de goederendienst naar Mons/Crotteux, terwijl de reizigersdiensten steevast de stelplaatsen Verlaine en Saint-Gilles als standplaats hadden. Beide langgerekte emplacementen (spoor én buurtspoor) zijn vandaag grotendeels ingenomen door een supermarkt. Alleen die twee gebouwen van het buurtspoor staan er nog (26 januari 2018) maar spelen geen rol meer voor de bussen van de TEC.
|
Terminus de deux lignes électriques (Liège et Verlaine), Jemeppe disposait d’une gare vicinale et d’un bâtiment de service avec salle d’attente, situées en face de l’ancienne gare du Nord-Belge. Au-delà il y avait aussi un château d'eau avec magasin au charbon, ainsi que deux remises principalement affectées à la desserte marchandises vers Mons et Crotteux. Toutes ces voies ont disparu, laissant la place à un supermarché. Seuls les bâtiments d'accueil du vicinal y sont encore (ci-devant), mais sans utilité pour les services du TEC. |
|
Villencourt (verdwenen-disparu)
Mysterie, avontuur, nieuwe ontdekkingen, dit alles op onze zoektocht naar de voormalige NMVB-stelplaats Villencourt, wellicht de meest afgelegen van het toenmalige buurtspoorwegnet, op de buurtlijn van Val-St-Lambert (Seraing) naar Neuville en Clavier, hartje Condroz. Villencourt is geen dorp, niet eens een gehucht, maar een plek in het bos, in de gelijknamige vallei, ver van alle bewoning, op een verlaten hoeve na, en alleen bereikbaar via een hobbelig kasseitje. De stelplaats lag niet ver van de bekende kristalfabrieken, en wij nemen aan dat er in die industriële omgeving nergens anders voldoende ruimte was.
|
Al goed dat we op een oude stafkaart de site van deze langgerekte stelplaats eenduidig konden bepalen, want deze is vandaag volledig ingenomen door bos. Van beide loodsen valt niets meer te bespeuren, op een betonnen vloerplaat na, met daarin een opgevulde schouwput. Daarnaast de restanten van een dienstgebouwtje, met hier en daar wat bouwpuin rondom, grotendeels overwoekerd tussen het struikgewas (foto's hieronder). Je moet al heel goed weten wat je zoekt, en vooral wáár, om hierin de overblijfselen van de stelplaats Villencourt te herkennen. Na het einde van de spoorexploitatie in 1952 was het hele gebied rond de spoorlijn, tot Neuville, volledig afgesloten als privé jachtgebied, waarvan hier en daar nog afsluitingen te zien zijn, vooral langsheen het riviertje. Wat in die periode met de stelplaats zelf gebeurd is mag joost weten.
|
Het hele tracé langs de Ruisseau de Villencourt en de Ruisseau du Fond du Bois de l’Abbaye (oef), geprangd tussen de steile wanden van deze diep ingesneden vallei, biedt een mooie asfaltloze wandeling van Val-St-Lambert tot in Neuville (Neupré), boven op het Condruzische plateau. 7 km lang ben je er vrijwel alleen, op een zeldzame wandelaar of fietser na. Een aanrader voor wie houdt van heerlijke rust langsheen een snelstromend riviertje, maar voorzie vanuit Neuville-en-Condroz wel een bus voor de terugkeer (TEC lijn 94) – tenzij je langs dezelfde weg terug naar af wilt.
|
Aujourd'hui, le tracé vicinal de 7 km en sous-bois, de Val-St-Lambert à Neuville (Neupré), vaut la randonnée, au fond de la vallée très encaissée des Ruisseaux de Villencourt et du Fond du Bois de l’Abbaye. Difficile toutefois de couper court, à moins de refaire le parcours complet en sens inverse. Sinon, prévoir un bus TEC (ligne 94) pour le retour depuis Neuville-en-Condroz.
. |
Warzée
Deze stelplaats was de derde in haar soort op de 26 km lange buurtlijn van Clavier naar Comblain-au-Pont, die op elk van beide eindpunten reeds over een stelplaats beschikte. Daar bij elke nieuwe buurtlijn in principe ook een nieuwe stelplaats hoorde, gaan we ervan uit dat deze gebouwd werd voor de in 1914 geopende lijn naar Boncelles (na de oorlog verlengd naar Ougrée).
|
Op beide buurtlijnen werd de reizigersdienst einde 1947 opgedoekt, de goederenbediening amper 2 jaar later – allicht de laatste spooractiviteit in Warzée. Van de vier stelplaatsen in de Luikse Condroz (Villencourt, Clavier, Warzée en Comblain) is Warzée de enige overlever. De installaties waren vrij ruim opgevat, met grote loodsen en een (schilders)werkplaats, en uiteraard een stationsgebouw en een magazijn annex waterreservoir. Zoals op veel andere plaatsen is alleen deze laatste verdwenen. Alle andere gebouwen staan er nog en dienen nu voor de busexploitatie door de TEC.
|
WARZEE, 22 maart 2012: geen geluk, de bussen wachten op het piekuur en staan in de weg - op 9 juli 2019 (rechts) zijn ze gelukkig op de baan
A gauche, pas de chance: les bus attendent l'heure de pointe (2012) - à droite par contre ils sont tous partis prendre du service (2019)
A gauche, pas de chance: les bus attendent l'heure de pointe (2012) - à droite par contre ils sont tous partis prendre du service (2019)
|
Comme la ligne vicinale de Clavier à Warzée et Comblain-au-Pont (26 km) disposait déjà d’un dépôt à chacune de ses extrémités, on peut raisonnablement conclure que celui de Warzée était avant tout destiné à la ligne vers Boncelles, ouverte en 1914 et prolongée plus tard en direction d’Ougrée. Sur ces deux lignes, la desserte voyageurs fut supprimée en 1947, celle des marchandises à peine deux ans plus tard. Néanmoins, des quatre dépôts du Condroz Liégeois, seul celui de Warzée a survécu comme garage pour autobus. De tous les bâtiments de l’époque vicinale, seul le réservoir a disparu. Les grandes remises, la gare, le magasin et l'atelier, tous en bon état, sont toujours en place pour l’exploitation routière par le TEC.
|
Comblain-au-Pont
|
Ook al is er hier en daar wat aan verbouwd, oogt de stelplaats van Comblain-au-Pont, op de voormalige buurtlijn naar Ouffet en Clavier, nog relatief intact. En als je niet te nauw kijkt vang je in een uithoek zelfs nog een glimp op van de ooit zo typische buurtspoorwegsfeer van weleer. Vandaag doet dit emplacement wel nog dienst als stelplaats, zij het voor de bussen van TCM, in opdracht van de Waalse TEC (foto's 2007, 2011 en 2017).
|
|
Poulseur
|
Vanuit de stelplaats Poulseur, vlak naast het NMBS-station, vertrok de buurtlijn naar Sprimont, een van de oudste van de NMVB. Door de aanwezigheid van heel wat steengroeven werd ze aangelegd met normaalspoor als rechtstreekse verbinding met de 'grote' spoorweg. Later werd ze verlengd tot Trooz waar ook een stelplaats lag, maar slechts tot in de jaren 30. Het baanvak naar Sprimont overleefde echter tot in 1965, zij het enkel nog voor zwaar goederenverkeer en nog steeds met normaalsporige stoomlocomotieven van de NMVB. Het einde van de exploitatie betekende meteen de sluiting van de stelplaats, die al gauw van de hand gedaan werd. Alle loodsen staan er echter nog en maken vandaag deel uit van een Citroëngarage. Het valt op dat deze stelplaats geen stationsgebouw had, en ook geen waterreservoir. Blijkbaar werd door de nabijheid van de Ourthe het water voor de stoomloks gewoon uit de rivier gepompt.
|
POULSEUR - overzicht van de stelplaats, vlak naast het NMBS-station. Mogelijk diende het langwerpige gebouw achteraan (cfr. hieronder, op 12 april 2017) als rijtuigenloods en/of als schilderswerkplaats.
Le long bâtiment tout au fond (et ci-après en 2017) était la remise aux voitures, ou peut-être l'atelier de peinture POULSEUR - let op de oorspronkelijke bouwstijl van de loodsen en
op de uitstekende nok voor de rook van de stoomlocomotieven |
|
Point de départ de la ligne vicinale à voie normale vers Sprimont (et par après vers Trooz, jusque dans les années 30), une des plus anciennes de la SNCV, le dépôt de Poulseur survécut en trafic marchandises jusqu’en 1965, comme tout dernier dépôt uniquement vapeur de la SNCV. Curieusement, pas de gare vicinale ni de réservoir sur ce site, l’Ourthe toute proche fournissant directement l’eau nécessaire aux locomotives. Abandonnées dès l’arrêt de l’exploitation, les remises servent aujourd’hui pour un garage Citroën.
|
|
Trooz
|
Op 22 augustus 1983 was de stelplaats TROOZ nog vrijwel intact, al werd deze normaalsporige buurtlijn uit Sprimont (en Poulseur) al in de jaren 30 uitgebroken. Vandaag echter staat alleen het stationsgebouw nog recht (12 april 2017).
Du dépôt de Trooz ne reste que la gare vicinale (12 avril 2017). 35 ans plus tôt le site était encore intact, alors que le démontage de la ligne vers Sprimont date déjà des années 30. |
|
Tiège
stelplaats TIÈGE - links de hoek van de grote rijtuigenloods
à gauche l'angle de la grande remise (12 avril 2017) |
De stelplaats Tiège lag op de ietwat geïsoleerde buurtlijn van Spa naar Heusy, waar ze echter aansloot op het toenmalige stadsnet van Verviers. In de beginperiode, rond 1910, werd enkel van Spa naar Tiège elektrisch gereden. Het baanvak naar Heusy, voorlopig met stoom, volgde een paar jaar later. Gelijk met haar stelplaats gold ze als de hoogste elektrische lijn van het buurtnet (tot ca. 370 m), op de flank van het massief van de Hoge Venen. Helaas ging deze schilderachtige lijn reeds midden 1952 ten onder, waarna de stelplaats nog een tijdje in dienst bleef als busdepot, tot in 1971. Later werd de site overgenomen door een bouwbedrijf, maar huisvest nu een 'centrum' voor oldtimer auto's. Het mooie stationsgebouw met zijn langwerpige dienstvleugel is nog steeds in goede staat. Van de grote rijtuigenloods daar tegenover bleven na grondige renovatiewerken alleen de muren uit het NMVB-tijdperk bewaard (helemaal links op de 1e foto hiernaast). Vermits hier van meet af aan elektrisch gereden werd, was er geen waterreservoir, zelfs niet voor de voorlopige stoomdienst. |
|
De benaming van deze stelplaats varieert nogal naargelang het geraadpleegde document: Tiège, Sart, Balmoral… Zelf ligt ze op amper 800 m van de bekende site van Balmoral, vlak buiten Spa, maar wel op de toenmalige gemeente Sart-lez-Spa, met Tiège als dichtst gelegen woonkern. In haar dienstregelingen vond de NMVB het echter geraadzaam om gewoon “dépôt” te vermelden, zonder meer. Tot de verbussing in 1952: dan werd het ineens 'dépôt de Balmoral'. Wij houden het echter bij de geografisch correcte benaming ‘Tiège’.
Let op de palen van de toegangshekken tot de site (hiernaast), waarvoor de bovenste helft van oude bovenleidingsmasten gebruikt werden, zoals er aan het eindpunt van het stadsnet van Verviers in Heusy nog twee overbleven (hieronder) tot in 1969, laatste jaar van de tramexploitatie aldaar. de volledige foto vind je in de archiefrubriek
|
12 april 2017
Le dépôt de Tiège servit uniquement à la ligne vicinale électrique relativement isolée de Spa à Heusy, où elle se connectait au réseau urbain de Verviers, métrique lui aussi. Cette ligne pittoresque, en vue du massif des Hautes Fagnes et culminant à 370 m d’altitude, était la plus élevée du réseau vicinal électrique, mais disparut déjà en 1952. Dès lors, le dépôt servit comme garage pour autobus, jusqu'en 1971, et fut par après repris par une entreprise de construction. A l'heure qu'il est c'est un 'centre' d'anciennes automobiles qui s'y est installé. Alors que la belle gare vicinale est restée intacte, le toit et les portes de la grande remise furent complètement renouvelées, ne laissant que les murs d’origine comme seules reliques de sa fonction vicinale. L’ensemble est situé sur l’ancienne commune de Sart-lez-Spa, à 2 km du hameau de Tiège, d’où sa dénomination, alors que les vicinaux, dès le passage à l’autobus, en firent le dépôt ‘de Balmoral’, lieu bien connu sur les hauteurs de Spa, à moins d’un km de là. Remarquez enfin les piles d’accès au site, issus de la partie supérieure d'anciens mats de la ligne aérienne du tram disparu (dont deux exemplaires subistèrent au terminus de Heusy - ci-contre) jusqu’en 1969, dernière année d’exploitation des tramways Verviétois.
|
Deze stelplaats van de Aachener Kleinbahn Gesellschaft (thans ASEAG) lag op de elektrische lijn Aachen-Eupen en op het eindpunt van deze uit Brand en Raeren, en kwam na WO1 onder beheer van de NMVB. Naar verluidt zouden er binnen in de loodsen nog sporen liggen (11 april 2017).
Cet ancien dépôt de l'AKB (devenue ASEAG par la suite), à l'intersection des lignes électriques Aachen-Eupen et Brand-Raeren-Eynatten,
passa sous le giron de la SNCV au lendemain de la première guerre. Il resterait encore des voies à l'intérieur des anciennes remises.
passa sous le giron de la SNCV au lendemain de la première guerre. Il resterait encore des voies à l'intérieur des anciennes remises.
Lierneux
|
Lierneux, aan de voet van het plateau van Fraiture, is een ietwat groter dorp in een bizarre uitstulping van de provincie Liège. Begin de 20e eeuw kreeg het warempel een eigen buurtlijn, zij het naar Vielsalm, met aansluiting naar Luik via spoorlijn 42. Hoewel deze grotendeels in de provincie Luxembourg lag, en later ook door deze NMVB-groep werd uitgebaat, kwam de stelplaats in Lierneux, met een statig stationsgebouw, het obligate waterreservoir, twee grote loodsen en een kleine werkplaats.
Deze geïsoleerde buurtlijn kende nooit veel trafiek, op de houttransporten na, en midden de jaren 30 werd de reizigersdienst zelfs verbust. Maar na de oorlog reed de spoordienst opnieuw, met drie retourritten in 1947, en zelfs 4 à 5 in de loop van de jaren 50. |
|
Op 28 september 1958 keerde de bus terug, ditmaal voorgoed. Het houttransport verdween nog geen jaar later, halfweg 1959. Wel fungeerde de stelplaats nog een tijdje als busdepot, waarna de gemeente het geheel overnam voor haar eigen diensten. Tussenin werd het waterreservoir afgebroken, en zag het ernaar uit dat de oude loodsen aan hun lot werden overgelaten (hiernaast op 26 juni 1999).
|
Begin deze eeuw werden de loodsen dan toch grondig gerenoveerd, gelukkig zonder al te ingrijpende verbouwingen (hiernaast op 25 oktober 2012). Gelijk werd het geheel opgefleurd met een kinder-speelplein en een oude aanhangwagen van de Gentse tramwegen (hieronder), kwestie van het buurtspoorwegverleden van de site extra in de verf te zetten. Vandaag herbergt de kleine werkplaats (links) een restaurant, met de toepasselijke naam "L'Atelier".
|
VERDWENEN STELPLAATSEN/DÉPÔTS DISPARUS EN PROVINCE DE LIÈGE
Barchon - Clavier - Ferrières - Fexhe-le-Haut-Clocher - Oreye (I) - Villencourt - Waremme
De ces 7 dépôts, dont il ne reste plus de trace visible, le site a complètement disparu, sauf celui de Ferrières et celui de Villencourt (voir en début de page). Omal était une gare de croisement, mais non un dépôt vicinal. Le dépôt de Fouron-le-Comte se trouvait jadis en province de Liège, alors que cette commune se situe aujourd'hui dans le Limbourg.
Van deze 7 stelplaatsen zijn geen zichtbare overblijfselen gevonden en is het emplacement volledig verdwenen, op deze van Ferrières en Villencourt na (zie elders op deze pagina). Omal was enkel een kruisingstation, maar geen buurtspoorwegstelplaats.
De stelplaats van 's Gravenvoeren lag destijds in de provincie Liège, maar deze gemeente ligt nu in de provincie Limburg.
Barchon - Clavier - Ferrières - Fexhe-le-Haut-Clocher - Oreye (I) - Villencourt - Waremme
De ces 7 dépôts, dont il ne reste plus de trace visible, le site a complètement disparu, sauf celui de Ferrières et celui de Villencourt (voir en début de page). Omal était une gare de croisement, mais non un dépôt vicinal. Le dépôt de Fouron-le-Comte se trouvait jadis en province de Liège, alors que cette commune se situe aujourd'hui dans le Limbourg.
Van deze 7 stelplaatsen zijn geen zichtbare overblijfselen gevonden en is het emplacement volledig verdwenen, op deze van Ferrières en Villencourt na (zie elders op deze pagina). Omal was enkel een kruisingstation, maar geen buurtspoorwegstelplaats.
De stelplaats van 's Gravenvoeren lag destijds in de provincie Liège, maar deze gemeente ligt nu in de provincie Limburg.
DE STELPLAATSEN VAN DE PROVINCIE LUXEMBOURG ZIJN VERHUISD NAAR EEN NIEUWE PAGINA
les dépôts de la province de Luxembourg se trouvent sur un nouveau fichier
les dépôts de la province de Luxembourg se trouvent sur un nouveau fichier
Naar de overige pagina's van de Oude stelplaatsen / vers les autres fichiers des Anciens dépôts:
HAINAUT (Henegouwen) - BRABANT WALLON & NAMUR - LUXEMBOURG - VLAANDEREN (Flandre)
HAINAUT (Henegouwen) - BRABANT WALLON & NAMUR - LUXEMBOURG - VLAANDEREN (Flandre)
